Draaiduizeligheid

Het filosofie-blog Brainwash vroeg me onlangs in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer te schrijven over racisme en witheid. Een hachelijke kwestie, want waarom net mij, een witte filosoof, voor deze taak gevraagd? Hieronder volgt mijn eerste bijdrage.

Existentiële dreiging

Nationalisme komt op als wat vanzelfsprekend en normaal was bedreigd wordt. De strijd om de Nederlandse identiteit is terug – van nooit ver weg geweest sinds het begin van de huisgemaakte populistische revolte in 2001. De dreiging komt nu schijnbaar van alle kanten, zowel van buitenaf als van binnenuit: van vluchtelingen uit Syrië en Afrika, migranten uit Oost-Europa, terroristen uit het Midden-Oosten en van eigen bodem en van voormalige migranten, hun kinderen en kleinkinderen uit de Marokko, Turkije en voormalige Nederlandse koloniën. De omvang en de spreiding van de ervaren existentiële dreiging is niet alleen toegenomen. Die dreiging is ook van aard veranderd. De voorbije jaren zagen we een groeiend politiek zelfbewustzijn van nakomelingen van door Nederlandse koloniale regimes in het verleden onderworpen, uitgebuite of tot slaaf gemaakte burgers, eerst in de maatschappelijke arena – Zwarte Piet – toen in de politieke – de afsplitsing van Artikel 1 van Denk. Aan religieuze en culturele verschillen als bron van identiteitspolitiek – ‘de Joods-Christelijke traditie’ en de erfenis van de Verlichting versus ‘de Islam’ – is een etnische dimensie toegevoegd. Het nieuwe nationalisme is niet langer alleen zelfverklaard (post-)Joods-Christelijk en Verlicht (en dus lief voor homo’s, vrouwen en dieren), maar ook wit.

Duizelig

Een van de reacties onder de witte meerderheid op het groeiende zwarte zelfbewustzijn is een politiek van ressentiment of soms onverhuld racisme. Een andere is draaiduizeligheid. Het is ongemakkelijk voor goedbedoelende niet-zwarte mensen om zich te realiseren dat ‘wit ook een kleur is’, te midden van vele andere, als die kleur altijd vanzelfsprekend geweest is. Ik ken die laatste groep van dichtbij. Ik hoor er namelijk zelf toe.

Witte arrogantie

Een voorbeeld van deze duizeligheid. Wat geeft de schrijver dezes het gezag om over racisme te schrijven? Waarom moeten witte mensen toch altijd overal het laatste woord over hebben, terwijl zij geen geleefde ervaring van racisme hebben? Kunnen zwarte mensen niet heel goed voor zichzelf spreken? Maar andersom klaagde een zwarte promovenda in de filosofie pas tegen mij dat ze het zat was dat men haar alleen als docent vraagt voor colleges over multiculturalisme, en nou nooit voor een inleiding over, zeg, Kants praktische filosofie.

Taal

Het mijnenveld opent zich natuurlijk al veel eerder, nog vóór de kwesties van situering en representatie, op het moment dat we onze mond open doen en gaan spreken. ‘Blank’ heeft meer dan een zweem van raciale superioriteit, het verwijst naar onschuld en zuiverheid. Dan maar ‘wit’? Voor iemand die wit als krijt oogt, bestellen we een ambulance. En ‘zwart’ geeft zo mogelijk nog minder adequaat weer waar het naar zou verwijzen, omdat het een enorme verscheidenheid aan verschijningsvormen met een woord reduceert tot hetzelfde. Steve Biko beweerde al dat ‘wit’ en ‘zwart’ niet over een huidskleur gaan, maar over zoiets als een subjectpositie. Het viel me op dat ook de Marokkanen die in ‘Wit is ook een kleur’ aan het woord waren zich identificeerden als ‘zwart’.

Natuur en/of cultuur

Maar is de band tussen huidskleur en etnische subjectpositie dan volkomen contingent? Kunnen mensen met een donkere huid ook wit zijn? Toen afgelopen jaar tijdens een lezing in Johannesburg, Zuid-Afrika iemand in de zaal ‘Fuck all white people!’ riep, checkte ik toch voor de zekerheid even de uitgang. Ik vermoedde dat als de toehoorders gehoor zouden geven aan deze oproep, het weinig zou helpen om mijn lijf te redden door uit te roepen: ‘Ja maar, ik ben helemaal niet wit! Ik bedoel: ik neem helemaal geen witte subjectpositie in!’ (geweld van witte tegen niet-witte mensen omwille van hun huidskleur was en is uiteraard wijdverbreider dan andersom). Onze groepsidentiteit is altijd tenminste ook toegeschreven identiteit en de fenotypische vorm en kleur van ons lichaam zijn daarbij vaak doorslaggevend. Is ‘natuur’ eigenlijk cultuur, omdat we tot de eerste alleen toegang hebben via de tweede: taal, verwachtingen, vooroordelen, normen? Of heeft het lichaam een taaiheid die zich niet zomaar laat wegdeconstrueren?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s