Parsifal. Of: de politiek van seks

De muziek van Wagners Parsifal is prachtig, het verhaal bederft mijn eetlust. Maar niet helemaal om dezelfde reden als het Nietzsche misselijk maakte.

Christopher Ventris (Parsifal), Koor van de Nationale Opera

De Bloemenmeisjes proberen Parsifal te verleiden. Tevergeefs.

In de pauze in de rij bij het koffiebuffet bij Wagners Parsifal in de Nationale Opera, raadde een meneer me aan om vooral niet te veel acht te slaan op het verhaal, omdat dat maar zou afleiden van de, inderdaad, prachtige muziek.

Onfris

Veel kritische luisteraars vinden de verhalen van Wagners opera’s inderdaad banaal: een nogal potsierlijk soep van, in het geval van Parsifal, christelijke elementen en het middeleeuwse ridderepos, met een vaag boeddhistisch (beter: Schopenhaueriaans) sausje. Kortom, een soort Lord of the Rings meets Game of Thrones meets zondagschool.

Wagner weet het lachwekkende echter ruimschoots te ontstijgen. Door zijn misogynie doet het stuk een gooi naar het register van het misselijkmakende. Ook Friedrich Nietzsche, tot dan toe overtuigd wagneriaan (en vriend van de musicus), moet een beetje misselijk zijn geworden bij de première van Parsifal in 1882:

Ik heb zin om de ramen een beetje open te zetten. Frisse lucht! En nog meer frisse lucht!

Parsifal combineert het slechtste van de christelijke en de boeddhistische tradities: wereldafwijzing, de hang naar zuiverheid (lees: seksuele kuisheid), de verheerlijking van lijden en het medelijden, en het zoeken naar verlossing van de een of andere metafysische schuld of erfzonde, bij voorkeur in de dood.

Wapenfetisjisme

Plaats van handeling is in de eerste act de Burcht waar de Graalridders de beker bewaken die de dubbelfunctie heeft van Jezus’ drinkbeker tijdens het Laatste Avondmaal en reservoir waarin een halve dag later zijn bloed wordt opgevangen. Belangrijker plot device dan de Graal is echter de Speer waarmee Jezus’ zij werd ‘geopend’ na zijn terechtstelling (ik begin al een beetje misselijk te worden). Het ding is gestolen van de Graalridders, een vuile streek van de kwaadaardige tovenaar Klingsor. Klingsor wilde ooit zó graag bij de club horen, dat hij daar nogal wat voor over had. Door zichzelf te castreren probeerde hij zijn eigen wellust uit te roeien (ik moet hem hier nageven: het strekt hem tot eer dat hij niet de aloude patriarchale strategie volgde van het overhevelen van de eigen verantwoordelijkheid op het vrouwelijke object dat lust opwekt). Maar het was niet genoeg, hij mocht nog steeds niet meedoen. Sindsdien probeert hij, gedreven door jaloezie en wraakzucht, de Graalgemeenschap kapot te maken. Zijn wapen: de verleidelijke Bloemenmeisjes en de zondares Kundry. Zijn methode: de gezworen kuise ridders laten zwichten voor hun verleidingskunsten om zo hun eed van zuiverheid te breken.

Klingsors eerste slachtoffer is de koning van de Graalridders, Amfortas. Die kan de verlokking van Kundry inderdaad niet weerstaan, waarna Klingsor hem de speer afhandig maakt en hem bovendien een steekwond in, jawel, zijn zij toebrengt. Amfortas keert terug naar de Burcht, zonder speer, maar met een ongeneeslijke wond (waarover hij zich op het podium minstens drie kwartier beklaagt, als ware hij Jezus zelf). De speer zal tegen het einde van het stuk uiteraard weer terugkeren in de Burcht, en wel door het dappere en vooral zuivere optreden van de titelheld, een dom blondje met geheugenverlies, die ondanks (of dankzij) zijn naïviteit in de derde act door de Graalridders herkend wordt als de ‘reine dwaas’ die hun Verlosser is. In de tweede act is Parsifal namelijk naar Klingsor getogen om de speer terug te halen. Hij wordt in verzoeking gebracht door de Bloemenmeisjes en Kundry, maar realiseert zich gelukkig net op tijd zijn roeping, wijst Kundry af, verslaat Klingsor en herovert de Heilige Speer (moet u ook onwillekeurig aan Gerard Reve denken?).

Parsifal paart dus een christelijke lijdens- en verlossingsmythe aan een ridderlijk of Grieks-tragisch wapenfetisjisme. Zo moest ik denken aan de confrontatie tussen Ajax en Odysseus over de wapenrusting van de laatste in Sophokles’ Ajax. Ook daarin komt het gedoe rond de met ridderlijke eer geïnvesteerde wapens me nogal pathetisch voor. In Parsifal is de opzichtig fallische speer het ‘publieke ding’ dat het plot voortstuwt en de Graalbroederschap samenbindt.

amalie-materna-kundry-1882

Kundry als heks. Rol van Amalie Materna bij de eerste opvoering van Parsifal, Bayreuther Festspiele, 1882

Verlossing

Kundry, een van de dramatis personae, is een door loodzwaar schuldbewustzijn verteerde verleidster die gevangen zit in een vloek. Ze heeft trekken van een Sirene uit de Odyssee, van Eva, Maria (de moeder van), de ‘andere Maria’ uit het Evangelie van Mattheüs (Maria van Bethanië, die Jezus’ voeten zalft tijdens het Laatste Avondmaal), van de ‘boetevaardige zondares’ uit Lukas 7:36-50 (vaak aangezien voor Maria Magdalena), een middeleeuwse heks en van een 19e eeuwse femme fatale. Ze is slachtoffer van zichzelf – van de vloek die ze over zich heeft afgeroepen door Jezus aan het kruis uit te lachen – en van de ban van Klingsor die haar gebruikt als instrument om wraak te nemen op de Graalridders (voor wie ze gelijktijdig hand-en-spandiensten verricht om haar Schuld in te lossen). Kundry is gedoemd mannen te verleiden om ze daarmee te gronde te richten, tegen haar wil. Wat ze wél wil, ten diepste, is Verlossing – van zichzelf, van haar door de vloek en de ban bepaalde noodlot. En voor Wagner betekent dat simpelweg dat er niets is waar ze zo hevig naar verlangt als naar de dood. Ik begin onrustig op mijn stoel te draaien, kijk om mij heen op zoek naar bijval, maar zie louter collectieve vervoering. Verdorie, waarom heb ik het advies van de meneer bij het koffiebuffet niet ter harte genomen en me louter op de muziek geconcentreerd?

Herstel van de politieke gemeenschap

En die dood krijgt Kundry, als een daad van genade die je evengoed kunt zien als een offer. Dit offer herstelt en revitaliseert de Graalbroederschap die met de verwonding van Amfortas geschonden is. Niet toevallig valt de dood van Kundry samen met de overwinning op Klingsor, de troonafstand van de oude koning (Amfortas) en de inhuldiging van de nieuwe (Parsifal). Ik heb nu een vieze smaak in mijn mond.

Ook volgens de Romeinse mythologie staat de dood van een begeerlijke vrouw aan de basis van een nieuwe, betere, politieke gemeenschap: de Romeinse Republiek die in 509 v. Chr. het corrupte Romeinse Koninkrijk verving. Nadat ze verkracht was door de koningszoon Sextus Tarquinus Superbus, pleegde de schone en kuise Lucretia zelfmoord. Haar echtgenoot Lucius Tarquinus Collatinus en een vriend van hem, droegen haar lijk naar het Forum Romanum en gaven daarmee het startschot voor een anti-monarchistische revolutie tegen Sextus’ vader. Deze revolutie bracht uiteindelijk het Romeinse Koninkrijk ten val. Lucius werd de eerste consul van de Republiek die daarop gesticht werd.

Patriarchale seksuele moraal

De dood van een vrouw vormt in deze gevallen de kern van een politieke stichtingsmythe. Wie bekend is met de klassieke Hollywoodfilm uit de jaren ’50, herkent in de lotgevallen van Kundry ook een algemener cultureel of symbolisch patroon: de plotstructuur dicteert dat de femme fatale, de seksueel actieve vrouw, aan het slot van de film sterft.

bunlet_kundry_ba31jm

Kundry als verleidster. Rol van Marcelle Bunlet, Bayreuther Festspiele 1931.

De repressieve seksuele moraal die Wagners stuk kenmerkt is niet alleen door en door Christelijk, maar ook diep patriarchaal. De patriarchale seksuele moraal stelt vrouwen gelijk met hun lichaam, seks en lust. Daarmee brengen ze weerloze mannen het hoofd op hol. Niet de lustgevoelens van heteroseksuele mannen zelf vormen een bedreiging van hun kuisheid, maar de objecten van die lust, namelijk vrouwen (die hen in verleiding zouden brengen). (Heteroseksuele) seks, tenzij binnen de omheiningen van het huwelijk, is een zonde die eenzijdig aan vrouwen wordt toegeschreven (‘hoer’, ‘slet’), niet aan de mannen die seks met hen hebben, zelfs niet wanneer dit tegen de zin van de betreffende vrouw gebeurt. Verkrachting wordt in deze moraal gerationaliseerd als de schuld van de verkrachtte, niet de verkrachter (‘ze vroeg er zelf om’, ‘wanneer een vrouw nee zegt tegen seks bedoelt ze ja’). In de patriarchale verbeelding zijn vrouwen ofwel hoer (seksueel aantrekkelijk maar niet respectabel), ofwel maagd (niet seksueel aantrekkelijk, wel respectabel), Eva of Maria, zonder dat mannen in dergelijke elkaar wederzijds uitsluitende categorieën worden opgesloten.

Sletvrees

In onze tijd mag deze patriarchale dubbele seksuele moraal zijn vanzelfsprekendheid verloren hebben, toch heeft Sunny Bergman er onlangs nog overtuigend op gewezen dat ‘sletvrees’ een breed levend verschijnsel onder vrouwen is. En laten we het liever niet nog eens hebben over Baudets en Trumps recente rechtvaardigingen van rape culture. Liever wijs ik op de nogal dubbelzinnige verontwaardiging die het ‘grab them by the pussy’ in het publieke debat in de VS te weeg bracht. Puriteinse burgers (m/v) blijken vrouwen te zien als kuise wezens – inderdaad: maagd/Maria – die door mannen (vooral echtgenoten, vaders en broers) beschermd moeten worden tegen de hitsigheid van andere mannen.

3000

Protest tijdens een speech door president Zuma, Pretoria, augustus 2016

De patriarchale seksuele moraal (en seksisme in meer algemene zin) is trouwens niet voorbehouden aan mannen. Onlangs overleed ‘Khwezi’ (een schuilnaam), een vrouw met wie president Zuma van Zuid-Afrika tegen haar zin seks had in 2005. Hoewel Zuma voor het gerecht werd gedaagd en nooit heeft ontkend dat hij seks met haar had (‘Ze droeg een khanga (doek), dus vroeg ze er zelf om’), achtte de rechtbank verkrachting niet bewezen. Tot zijn meest vocale verdedigers behoorden destijds de leden van de Vrouwenliga van het ANC. Stand by your man. In 2006 werd Zuma vrijgesproken. Khwezi vluchtte naar Nederland en kreeg asiel.

Kort lontje

Kundry is verdoemd net als Jezus. Het verschil is dat Jezus zijn lot (de kruisdood) tegemoet treedt met een mengsel van vastberadenheid en boosheid (‘Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ in de Evangelies volgens Mattheüs en Marcus), niet met de ‘boetvaardigheid’ – de slachtofferachtige lijdzaamheid en het schuldbewustzijn – van Kundry.

Jezus is zo verdoemd en gedetermineerd door zijn lotsbestemming als Kundry, maar gek genoeg blijft de eerste ook een actor. Tijdens leven toont hij zich een nogal, eh, temperamentvolle jongeman met een emotieregulatie issue, een kort lontje zogezegd. Denk aan de scene in het Evangelie volgens Marcus waarin hij de tempel die handelaren hebben ingenomen met geweld schoonveegt (‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’) en aan de zalving op zijn laatste levensdag met peperdure olie, terwijl Judas protesteert dat met dat geld heel wat armoede bestreden kan worden. Niets menselijks is Jezus vreemd, hij is gevoelig voor alle soorten aardse verleidingen. En hij neemt actief de schuld (van de mensheid) op zich. Dat laatste heb ik altijd wel nogal merkwaardig gevonden, omdat het niet de schuld voor zijn eigen daden is, en bovendien een voorschot neemt op de toekomstige zonden en misstappen van de mensheid. Jezus’ lijdensweg spot dus met de wetten van tijd, maar hé, is dat niet precies een van de redenen dat hij een wonderlijke figuur is? En die wonderbaarlijkheid verhoogt zijn actorschap nog verder.

Medelijden

En waar Jezus’ lot beweend wordt door zijn discipelen, familie en vrienden, is Kundry slechts een element waar de gemeenschap van af moet, om zich te zuiveren van onreinheid (en voor haar zelf is het ook maar beter zo, toch? Ze wil immers zelf dood).

Als hoer-annex-heks roept Kundry bij Wagner geen mededogen op. Alleen de verteller Gurnemanz fluit aan het begin een aantal wachters die haar pesten terug. Het woord ‘medelijden’ valt in de opera bijna zo vaak als ‘zuiverheid’, maar medelijden is hier louter dogma geworden, zonder concrete invulling als mededogen, barmhartigheid, of compassie. Wat ontbreekt is elk spoor van de empathie die bijvoorbeeld Rembrandt toont voor Lucretia, de hoofdpersoon in een toch eveneens ten diepste patriarchale stichtingsmythe.

Rembrandt_van_Rijn_-_Lucretia_-_Google_Art_Project_1666.jpg

Rembrandt, Lucretia, 1666

Het geval Nietzsche

Ook Nietzsche viel Parsifal zwaar op de maag. Na de première in 1882 van deze laatste opera van Wagner rekent hij keihard af met zijn voormalige vriend in zijn essays Het geval Wagner (Der Fall Wagner, 1888) en het in hetzelfde jaar geschreven maar pas in 1895 gepubliceerde Nietzsche kontra Wagner. Zijn bittere hoon verraadt een diepe teleurstelling in de man die hij eerder ‘het grootste genie en de grootste mens van onze tijd’ noemde, maar nu zijn ‘antipode’. Hij gaat te keer als een bedrogen en wraakzuchtige geliefde, of een voormalig sektelid dat na uittreden een van de felste bestrijders van de sekte wordt.

De man in wie hij een zielsverwant gevonden meende te hebben, bleek toch gewoon een kind te zijn van zijn tijd, de 19e eeuw. Wagner, spot hij, ‘viel plotseling hulpeloos en gebroken voor het christelijke kruis neer…’ Hij schrijft:

De prediking van de kuisheid blijft een opruiing tot tegennatuurlijkheid: ik heb minachting voor een ieder die de Parsifal niet ondergaat als een aanslag tegen de zedelijkheid. Heeft er toen geen enkele Duitser oog gehad voor dit gruwelijke schouwspel, of diep in zijn hart medelijden gevoeld?

Dit besef vervult hem met ‘het verdriet van een onverbiddelijk voorgevoel – dat ik er voortaan toe veroordeeld was intenser te wantrouwen, intenser te verachten, intenser alleen te zijn dan ooit tevoren. Want ik had niemand anders gehad dan Richard Wagner…’

Ag shame.

Maar zelf leed Nietzsche evenzeer aan een typisch 19e eeuwse blinde vlek. Niet voor de haat tegen het leven en de seksuele moraal van het Christendom, wel voor de haat tegen vrouwen en de dubbele seksuele moraal van het patriarchaat. Zo noteert hij in hetzelfde essay:

Het gevaar voor de kunstenaar, voor het genie schuilt in de vrouw: de aanbiddende vrouwen zijn hun ondergang. Bijna niemand heeft genoeg karakter om niet te gronde te gaan – om niet ‘verlost’ te worden, wanneer hij voelt dat hij als een god wordt behandeld – hij verlaagt zich al spoedig tot de vrouw. – De man is laf jegens al het eeuwig-vrouwelijke: dat weten de vrouwtjes. – In veel gevallen van vrouwelijke liefde is liefde slechts een veredeld parasitisme, een zich innestelen in de ziel van de ander, soms zelfs in het vlees van de ander – ach! En altijd maar weer op kosten van de gastheer! – –

Afzweren

Wat gebeurt er eigenlijk met de wulpse bloemenmeisjes, nadat Klingsor verslagen is? Wagner rept er met geen woord over. Ik droom van een sequel waarin ze eindelijk vrij zijn, de speer en de graal veroveren op de broederschap en een nieuwe politieke gemeenschap stichten. De voormalige graalridders krijgen volledig burgerschap aangeboden, in ruil voor de plechtige belofte hun kuisheidsgelofte af te zweren en die flauwekul van de aanbidding van de speer en de graal op te geven. Na wat overleg wordt besloten geen standbeeld op te richten voor Kundry, maar haar uit de dood op te wekken. Kundry toert vervolgens langs middelbare scholen om lezingen te geven over de politiek van seks en gender.

Het blijf vast niet altijd vredig, maar het lijkt me een beter begin.


  • Ik bezocht Parsifal op 21 december, Nationale Opera en Ballet, Amsterdam.
  • De citaten van Nietzsche komen uit de Nederlandse vertaling van Der Fall Wagner en Nietzsche kontra Wagner die in 1994 verscheen in de serie Privé-domein bij de Arbeiderspers. De essays zijn grotendeels te lezen via Google Books.
  • De feministische filmtheoretica en psychoanalytica Laura Mulvey schreef in 1975 het klassieke essay over gender in Hollywood films uit de jaren ’50, ‘Visual Pleasure and Narrative Cinema’, Screen, Vol. 16, No. 3, pp.6-18.
  • Bekijk hier Sunny Bergmans documentaire Sletvrees uit 2013. Naar aanleiding van de documentaire verscheen ook het boek Sletvrees. Inzoomen op uiterlijk, sex en cultuur (Amsterdam: Singel, 2013).
  • Sigmund Freud muntte het begrip Madonna/Huren Komplex. Hij beschrijft dit als een (individuele) psychopathologie van de mannelijke seksualiteit, niet als een culturele of symbolische structuur.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s