Prikkeldraad en doornhagen

VOC gouverneur Jan van Riebeeck liet in 1660 een haag van amandelbomen en doornstruiken aanleggen langs de steeds verder oprukkende grens van de Kaapkolonie. Aan de hand van een opmerkelijke logboekaantekening van Van Riebeeck en van de uitvinding van het prikkeldraad in het Wilde Westen, buig ik me over de dubbelzinnigheid van doornhagen, en de mobiele opvolger daarvan, prikkeldraad. Sluiten ze buiten, of juist op-? En gaat het om vee, of eigenlijk om mensen? Of is het een techniek om land in te sluiten en toe te eigenen? En wat vond de plaatselijke bevolking er eigenlijk van?

main-road-final

10,58 km Main Road, Piezografie print op Hahnemüle White Velvet papier, 81,1 x 56,4 cm, Judith Westerveld, 2016. Onderdeel van de fotocollage serie Echolocation, mede mogelijk gemaakt met steun van Framer Framed

Vandaag snapte ik ineens waar het idee van prikkeldraad vandaan komt: van de doornstruik. Prikkeldraad is een technologische innovatie die doornstruiken mobiel maakt. Het is goedkoop, want heeft relatief weinig materiaal nodig dat bovendien geen onderhoud vergt, lang stand houdt en op industriële schaal geproduceerd kan worden, het is makkelijk verplaatsbaar en herbruikbaar en hartstikke effectief om dieren (of mensen) naar believen binnen of juist buiten te houden. En je kunt er ook een stukje land mee claimen.

Stekelig

Met een vriendin bezocht ik de expositie Re[as]sisting Narratives bij Framer Framed in Amsterdam-Noord, over ‘de gedeelde koloniale geschiedenis tussen Zuid-Afrika en Nederland’ (uit de flyer van de expo). Daar zag ik onder meer de collageserie Echolocation en de video-installatie The Remnant (beide 2016) van de Zuid-Afrikaans/Nederlandse kunstenaar Judith Westerveld over de heining die Jan van Riebeeck in 1660 liet aanleggen langs de oostgrens van de Kaapkolonie, acht jaar nadat de VOC zich daar had gevestigd. Een klein deel van deze heining bestaat nog steeds en werd onder Apartheid tot nationaal monument verklaard, Van Riebeeck’s Hedge of Van Riebeeckheining, namelijk het deel dat door de beroemde nationale botanische tuin Kirstenbosch loopt. Deze levendige hegh bestond uit wilde amandelbomen, waar doornstruiken – alderhande braem ende steeckdoorn – tussen werden geplant. Struiken groeien niet alleen sneller dan bomen, maar ook dichter en stekelig.

Schutting

Het jaar ervoor had Van Riebeeck een mislukte poging ondernomen een houten hek op te richten. De aanleiding voor het aanleggen van een heining was de oorlog tussen de inheemse bevolking en de VOC-ers die op dat moment al twee jaar voortduurde. Volgens Van Riebeeck boden de Khoikhoi uit de kolonie ontsnapte slaven onderdak. Maar bovenal betroffen de conflicten land en vee (bestiael). De kolonisten beschuldigden de Khoikhoi van koeiendiefstallen. Die laatsten gaven de beschuldigingen toe, zoals te lezen valt in een fascinerende logboek-aantekening waarin Van Riebeeck op zakelijke toon beschrijft hoe in 1660 vrede werd gesloten (integraal onderaan dit blog opgenomen). Volgens henzelf waren die veediefstallen wraaknemingen op misdragingen door de VOC-ers.

Maar wacht eens, hoe kwamen de Hollandse kolonisten eigenlijk aan die koeien? “De VOC-ers namen ze toch zeker niet uit Holland mee op hun schepen?”, vraagt de goedlachse gids die rondleidingen geeft in Kirstenbosch zich af in de film van Westerveld. De koeien werden gekocht (met koper en tabak), maar diefstal van het vee van de Khoi kwam ook voor.

In augustus 1659 werd een begin gemaakt met de houten schutting, model pega-pega, ofwel een hekwerk gemaakt van takken waar verder geen balken of planken aan te pas komen. De schutting moest als de beestemarckten in ‘t Vaderlant sijn. Wachttorens en slagbomen maakten onderdeel uit van de constructie. De wachttorens, aan de westzijde van de rivieren Liesbeek en Soutrivier, waren forten met veelzeggende namen als Keert de Koe, Houdt den Bul en Kyckuyt. Half september doorstaat het hekwerk de veeproef, door de cloeckste beesten lustigh tegen aen doen jagen, om te sien of se daer oock over- off deur-breeken souden cunnen. Het hek, stelt Van Riebeeck tevreden vast, is volcomen suffisant ende langh bevonden. Maar hij meldt al gelijk brandstichting door de inheemse bevolking, en twee weken later wordt een groep Khoikhoi aangetroffen die zich verdacht ophouden bij het hek en klaarblijkelijk iets duisters in de zin hebben. Half oktober moet Van Riebeeck concluderen dat de schutting niet vaerdig is.

Op 7 november 1659 doet Van Riebeeck een officiële aankondiging waarin het plan met de heining van bomen en struiken voor het eerst ter sprake komt. De kolonisten (de zogenaamde vryburghers of vrye luyden) krijgen onder strikte voorwaarden toestemming hun land te omheinen met een schutweringh van palen en bomen, om zich zo te beschermen tegen rooftochten door de Khoikhoi. Daardoor is namelijk inmiddels een nijpend tekort ontstaan aan treck- ende melckbeesten (waren de kolonisten vegetariërs?). Van Riebeeck maakt gelijk van de gelegenheid gebruik om een andere aankondiging te laten aanplakken. De strafmaat voor messentrekkerij wordt verhoogd. Onder de kolonisten zaten nogal wat voorvechters (vechtersbazen) die lachten om de bestaande boete. Steekpartijen tussen de kolonisten waren aan de orde van de dag in de Kaapkolonie, veelal met dodelijke afloop, zo blijkt als je Van Riebeecks journaals leest.

Amandelen en bramen

Ruim drie maanden later laat Van Riebeeck de omtrek van de Kaapkolonie opmeten: 3673 roede, wat tussen 13,5 en 15 kilometer moet zijn geweest (elders lees ik 25 kilometer). Op 25 februari 1660 noteert hij het volgende projectplan in zijn logboek:

dat voorgenomen is (een roe breet) te laten omploegen, om met bitter amandelboomen ende alderhande braem ende steeckdoorn (haestigh groeyende) soo dicht te beplanten ende besaeyen datter geen beesten off schapen sullen cunnen werden deurgedreven, in forma als een lantweer, gelijck in Duyts- ende Keuls-landt sommige graven ende heeren hare jurisdictien afscheyden ende hier ende daer ronde wachtoff waerthorens [wachttorens] hebben met slaghboomen daerbij om de boeren voor invallen van buyten te beschermen, hoedanigh alhier de reede gemaeckte wachthuysen ende bijgestelde slagboomen sullen dienen ende te pas comen.

Als het project is afgerond, zal de Kaapkolonie als in een halff maen fraey… beslooten ende voor de Hottentoos inval bequaem beschermpt cunnen blijven.

Van Riebeeck schat dat het omploegen 2 tot 3 weken werk zal kosten. Intussen zouden de amandelen eind maart, begin april rijp moeten zijn en verzameld kunnen worden, zodat ze ingezaaid kunnen worden wanneer het natte seizoen begint. Tegelijkertijd kunnen dan ook de doornstruiken geplant worden. Naar zijn verwachting zal de haag dan in 4 tot 5 jaar zijn uitgegroeid tot een goede, dichte ende stercke beschuttingh, waarbij hij er voor het gemak van uitgaat dat bittere amandelbomen even weligh groeyen als wilgen in het vaderland. Samen met de ertussen geplante doornstuiken moet dat een lantweer opleveren die selff qualijck voor menschen sal deur te comen wesen, veel min eenigh bestiael. Met behulp van de wachttorens en slagbomen die resteerden van de mislukte houten schutting, moeten bewakers (ruiterwachters) het verkeer naar binnen en buiten reguleren. Het plan wordt heimelijk uitgevoerd. Van Riebeeck heeft er voor gezorgd dat de Khoikhoi geen amandelen kunnen oogsten, zo blijkt uit zijn journaal, maar houdt de reden hiervoor voor hen achter.

Landjepik

capealmond-hedgemap

Als ik de plattegrond van Kaapstad bestudeer, blijkt de buitengrens van de kolonie in een half jaar tijd al verder landinwaarts te zijn verschoven. De mislukte houten schutting volgde de rivieren de Liesbeek (aanvankelijk de Amstel genoemd) en de Soutrivier (de rivier waar de Liesbeek en de oostelijker ontspringende Swartrivier in samenvloeien), van de hellingen van de Tafelberg waar de Liesbeek ontspringt, tot de monding van de Soutrivier in de Tafelbaai zo’n 11 kilometer noordelijker (gemeten naar de huidige loop van de rivieren). Deze rivieren markeerden op dat moment de officiële grens van de Kaapkolonie. Let wel: het was dus de VOC die deze grens unilateraal trok en dit overzeese grondgebied weggaf aan de kolonisten.

Dat Van Riebeeck er meteen al niet gerust op is dat de plaatselijke bevolking de VOC-ers met open armen zou ontvangen, blijkt wel uit het feit dat het eerste dat hij doet na het planten van de vlag op 6 april 1652 is opdracht geven tot de bouw van een fort. Een riviertje wordt omgeleid tot slotgracht en op de hoeken van het Fort de Goede Hoop worden kanonnen opgesteld. De fortificatie wordt gebouwd door VOC-personeel, maar omdat de Khoikhoi weigeren voor de Hollanders te werken, is er extra arbeidskracht nodig en worden slaven uit Oost-Indië en Angola aangevoerd. Verdere landjepik beperkt zich in de eerste jaren tot het aanleggen van een moestuin, de Compagniestuin (nog steeds een prachtige groene oase in het hartje van Kaapstad).

Vanaf 1657 begint de VOC met het uitgeven van landrechten aan de vryburghers, aan de westelijke oever van de Liesbeek. Het is Van Riebeeck zelf die er bij de Heeren XVII op aandringt dat een deel van het VOC-personeel op de Kaap toestemming krijgt voor zichzelf te beginnen als boer. Als verversingsstation voor de vaart naar de Oost dreigt het project namelijk te mislukken; de buitenpost kan zichzelf al maar ternauwernood bedruipen. Van Riebeeck bedelt om extra slaven, maar het duurt lang voor die uiteindelijk komen. Het ontbinden van het contract van een aantal personeelsleden met de VOC is een snellere oplossing om de voedselbevoorrading veilig te stellen, onder voorwaarde dat de kolonisten de opbrengsten van de akkerbouw en veeteelt uitsluitend aan de VOC leveren, tegen vast prijzen. De VOC wijst ook de grenzen aan waarbinnen de kolonisten zich mogen vestigen.

vryburger_grondbrief_jacob_cloete_1657

Eerste grondbrief uitgereikt door de VOC aan vryburgher, Jacob Cloete, in 1657

Dit land werd niet gekocht of geruild met de plaatselijke bevolking. Het is niet moeilijk te raden dat dit dan ook niet gebeurde met instemming van de laatste, zoals blijkt uit de klachten van de Khoikhoi die Van Riebeeck opvallend zakelijk weergeeft in zijn journaal (zie hieronder).

De amandel-braamhaag wordt in 1660 zoals gezegd oostelijker opgetrokken dan de officiële grenzen van de Kaapkolonie, en uitgebreid met Fort Ruyterwacht. Van Riebeeck legt zich kennelijk neer bij de situatie die tegen zijn zin en die van de Heeren XVII was ontstaan, namelijk dat een deel van de kolonisten, de zogenaamde overluyden, hun boerderijen aan de overkant van de Liesbeek en de Soutrivier hebben gevestigd.

Franse ‘hulp’

Door gebrek aan materieel – inderdaad: ploegbeesten – loopt het project vertraging op. Wanneer een Frans schip strandt op de kust van de Kaap, wordt op 24 mei besloten de muitende en nogal desperate, want uitgehongerde, bemanningsleden (145 a 146 man, schat Van Riebeeck), te werk te stellen aan de heining, in afwachting van een Hollands schip dat hen naar Batavia zal meenemen. Voor de VOC kan daar namelijk geen volck te veel comen. Hoofddoel van de tewerkstelling is trouwens de Franse schipbreukelingen onder het gezag van de VOC te onderwerpen. De Franse vloot heeft de WIC namelijk al meermaals een loer gedraaid (vergeet niet dat Van Riebeeck rapporteerde aan zijn werkgevers, de Heeren XVII). Het klinkt als krijgsgevangenschap, maar of er daadwerkelijk sprake is van dwangarbeid aan de heining is me niet helemaal duidelijk (volgens Van Riebeeck bood een deel van de bemanningsleden zich al vrijwillig als arbeidskracht aan in ruil voor eten).

Rond kerst 1660 meldt Van Riebeeck dat de amandelbomen met redelijcq succes beginnen te wassen en in mei 1661 dat ze seer fray opcomen en in 5 a 6 jaren tot een bysonder schoone, dichte hegh staen te groeyen. Of de haag uiteindelijk effectief is, meldt Van Riebeeck verder niet. Zijn termijn in Afrika zit er een jaar later op, waarna hij zijn loopbaan voortzet in Batavia. De Kaap was sowieso voor hem niet meer dan een springplank naar een carrière binnen het centrum van de Hollandse koloniale macht, Oost-Indië.

Prikkeldraad

De regulering van vee is ook de motor voor de uitvinding van het prikkeldraad, ongeveer twee eeuwen later, in het Wilde Westen van Amerika (ik heb de parallellen tussen de ‘ervaring van de Kaap’ en die van het Wilde Westen al eerder getrokken). Joseph F. Glidden vroeg in 1874 patent aan op zijn verbeterde versie van het prikkeldraad.

barbwire-poster1

De uitvinding van het prikkeldraad was een technologische innovatie van de eerste orde, die een beslissende stap vooruit deed, omdat het het probleem van de doornstruik oploste. Doornstruiken zijn namelijk weliswaar effectief als middel om vee naar believen binnen dan wel buiten te houden, maar wel onroerend goed. Door Lincolns Homestead Act (1862) kwam een enorme trek op gang naar het gebied ten westen van de Mississippi rivier, dat nu in het midden van de Verenigde Staten ligt en gedeeltelijk overlapt met wat nu de Mid-West wordt genoemd. Het gebied werd in korte tijd bevolkt door ranchers, hun families en hun koeien, gelokt door (bijna) gratis land. De ranchers (cowboys) liepen al snel aan tegen de beperkingen van de doornstruik als afscheiding voor hun vee, ditmaal geen braamstruik maar de osagedoorn (maclura pomifera).

Binnen en/of buiten

Er sloop al direct een dubbelzinnigheid in de aanwending van prikkeldraad in Amerika. Want wie drong er nu precies aan op het gebruik ervan, de cowboys of juist de akkerbouwers die vreesden dat loslopend vee hun oogst zou vertrappen of opeten? Want met de trek westwaarts van de ranchers, groeide ook de behoefte aan graan, groente en fruit, voor zowel mensen als vee, en dus volgden de landbouwers in het kielzog van de veetelers. Werd vee, met andere woorden, met de hulp van prikkeldraad ingesloten, door cowboys, tegen het weglopen van hun koeien? Of juist buitengesloten, door akkerbouwers, tegen het binnendringen van andermans koeien? Of belangrijker nog: ging het wel om het reguleren van het vrij rondlopen van vee, of gebruikten de ranchers het om hun land te beschermen tegen de grondaanspraken van mensen, landbouwers en andere veetelers? En wat te denken van de Indianen, de oorspronkelijke bevolking van het gebied?

Bezetting

Doornhagen cq. prikkeldraad kunnen zowel voor in- als uitsluiting gebruikt worden. Maar ze hebben nog een functie die daar weliswaar mee samenhangt, maar tegelijk toch net iets anders is: het afbakenen en daarmee claimen van land om een politieke gemeenschap te stichten. En landtoe-eigeningen betekenen vanaf de vroege moderniteit bijna altijd: het onteigenen van het land van anderen, omdat de twee wel communicerende vaten lijken. In de moderniteit zijn land claimen en landroof door Europeanen vrijwel synoniem. Want het Lege Land is vrijwel altijd een mythe. Dat was zo in Amerika, waar prikkeldraad ook een instrument was voor Taming the West. Het was zo in Zuid-Afrika en, recenter, in Israël. Als Van Riebeeck spreekt van het ‘afscheiden van jurisdicties’ (naar het voorbeeld van het ‘Duitse en Keulse land’), dan hint hij al in de richting van de politieke betekenis van hekken. Het aanspraak doen op land is niet alleen maar een buitensluiting, om degenen die binnen zitten te beschermen tegen indringers van buiten. Het is evenmin een opsluiting, waarbij de actor immers van buitenaf werkt om te voorkomen dat wie binnen is ontsnapt of wegloopt. Land claimen is vooral een insluiting of omsluiting, van binnenuit.

Gated community

Deze uitspraak moet wel gekwalificeerd worden. In de Kaapkolonie is de haag óók een buitensluiting van een andere groep (de Khoikhoi). Door de ruimtelijke segregatie van groepen geldt Van Riebeeck’s hedge voor veel Zuid-Afrikanen als de eerste stap naar Apartheid. De overeenkomst is de verdrijving en het afpakken van land van zwarte en gekleurde mensen door witte mensen. Maar het Apartheidsregime gebruikte meestal andere technieken van ruimtelijke segregatie dan hekken. Hekken scheiden namelijk groepen die dicht bij elkaar leven, terwijl de ruimtelijke ordening onder Apartheid juist gericht was op het aanbrengen van afstand tussen witte, zwarte en gekleurde mensen door townships ver buiten de stad te stichten en de ‘thuislanden’ (Bantoestans) in de meest afgelegen en onvruchtbaarste uithoeken van het land te vestigen. Ik zie een sterkere parallel met de post-Apartheidssamenleving, waarin witte en zwarte mensen gesegregeerd, maar nabij elkaar wonen. Dat uit zich in de terugtrekking van rijke mensen achter hekken met prikkeldraad (met een kleine technische verbetering: ze zijn nu meestal geëlektrificeerd; de norm is 9 kV) en de atrofie van de openbare ruimte die door iedereen gedeeld wordt. Ik zie in Van Riebeecks Kaapkolonie dus vooral een vroege gated community, inclusief security en een poortjessysteem, want hekken vragen om doorgangen die wie naar binnen en naar buiten gaan moeten reguleren: waerthorens, slaghboomen en ruyterwaghters.

I3 Sept plaque.jpg

Plaquette bij het deel van Van Riebeecks heining dat door de nationale botanische tuin Kirstenbosch loopt. Er is ook nog een klein stukje bewaard gebleven in wat nu Bishopscourt is.

Halt

Van Riebeecks heining betekent ook een binnensluiting, zoals elke uitsluiting van een groep de insluiting van een andere betekent. De kolonisten ontstonden eigenlijk pas als kolonisten door de grens. Tot dan waren ze VOC-personeel. Maar het heeft er alle schijn van dat die binnensluiting voor Van Riebeeck ook het karakter had van een zekere opsluiting, gezien de bevelen die hij van hogerhand kreeg om verdere kolonisatie een halt toe te roepen. Het was aanvankelijk helemaal niet de bedoeling van de Heeren XVII een kolonie te stichten bij de Kaap de Goede Hoop. De buitenpost had louter de functie van verversingsstation. Maar Van Riebeeck had gelijk al de grootste moeite zijn mannen in het gareel te krijgen. Hij beklaagde zich niet alleen openlijk over hun liederlijkheid, luiheid en gewelddadigheid. Dat zijn mannen de ene grens na de andere aan hun laars lapten bezorgden hem nog grotere hoofdbrekens. Hij deed verwoede pogingen dat tegen te gaan, maar werd steeds opnieuw voor voldongen feiten geplaatst. Zo rukte de kolonie gestaag op, oostwaarts en landinwaarts. Het kan dus zijn dat de amandel/bramen haag de kolonisten niet alleen tegen Khoikhoi moest beschermen, maar ook gericht was aan het adres van de kolonisten zelf, door een zichtbare grens aan de expansie en verdere kolonisatie te stellen. Als dat zo was, dan faalde Van Riebeeck. In een logboekaantekening rond kerst 1660 maakt Van Riebeeck er terloops melding van dat de kolonisten hun vee regelmatig buiten de heining laten grazen.

nederlandse_kaapkolonie-svg

Van Riebeecks heining uit 1660 hield de expansie van de Kaapkolonie niet in toom. In 1795 ging de VOC failliet en ging de Kaapkolonie in Engelse handen over.

Ik heb mij afgevraagd op de plaatsing van Van Riebeecks heining nu een inbezitneming van het land van de Khoikhoi was. Het lijkt er op dat het hoogstens een bezegeling van een al bestaande toestand was, of beter: een nogal dynamische, voortdurend verschuivende toestand, waar Van Riebeeck constant achteraan rende. Vanuit zijn perspectief was het planten van de vlag op 6 april 1652 de werkelijke symbolische handeling waarmee de Kaap de Goede Hoop werd bezet en toegeëigend. Onder Kaap de Goede Hoop werd aanvankelijk alleen het grondgebied en de directe omgeving van het fort gerekend (Fort de Goede Hoop lag op de plaats waar nu het centrale postkantoor aan de Parade in Kaapstad is gevestigd, ongeveer een halve kilometer ten westen van Kasteel de Goede Hoop dat ik vorig jaar nog bezocht; de bouw van het Kasteel begon in 1664, toen Van Riebeeck al lang vertrokken was voor een volgende uitdaging). De cultivering van land voor het aanleggen van een moestuin (de Compagniestuin) legitimeerde waarschijnlijk in de ogen van de Hollanders hun eigendomsrechten over dit grondgebied.

Landbouw

Het landbouwargument ter rechtvaardiging van kolonisatie won indertijd aan populariteit, hoewel het pas in 1689 zijn politiek-filosofische rechtvaardiging kreeg in de Two Treatises van de Engelse filosoof John Locke. In het beroemde hoofdstuk 5 over eigendom, stelt Locke dat God ons de aarde aanvankelijk in gemeenschappelijk bezit heeft gegeven. Een van de beroemdste regels van het boek luidt: ‘In the beginning, all the world was America’. Daarmee bedoelde hij dat in de natuurtoestand, vóór er sprake was van georganiseerde politieke en juridische gemeenschappen, alle grond nog braak lag en gemeenschappelijk eigendom was. Maar tezelfdertijd, weet Locke, beval Hij de mensen ook om de aarde te bewerken. “He gave it to the use of the Industrious and Rational.” Omdat elk van ons zichzelf bezit, betekent dat volgens Locke dat iedereen ook recht heeft op het bezit dat voortvloeit uit ‘The Labour of his Body, and the Work of his Hands’. We verwerven prive-eigendom door het ‘vermengen’ van iets (beesten, vruchten, maar met name grond) met onze inspanningen. Locke stelt wel wat ‘mitsen’ aan rechtmatige toe-eigening door arbeid: mijn recht op eigendom wordt begrensd door hetzelfde recht van anderen, wat betekent dat je ‘genoeg en even goed’ moet overlaten voor anderen en dat je niet mag verspillen of meer nemen dan je nodig hebt.

Hoewel God ons dus de aarde in gemeenschappelijk bezit heeft gegeven, is het land door omheiningen (enclosures) niet langer meer van iedereen. Locke legitimeert dat door te stellen dat arbeid en dus toe-eigening het land waardevoller maakt. Uiteindelijk profiteert de hele mensheid daarvan, omdat het zorgt voor economische groei en de totale waarde (welvaart) doet toenemen. Door te arbeiden onttrekt het individu dus weliswaar iets aan het oorspronkelijke gemeenschappelijke bezit in de natuurtoestand, maar dat doet ‘de gemeenschappelijke voorraad van de mensheid’ per saldo niet af- maar juist toenemen.

Andersom: alleen door arbeid komt welvaart tot stand. Dat is bovendien het moreel juiste om te doen omdat dit de taak is die God ons op aarde heeft gegeven. Een speciale rol is daarbij weggelegd voor het in cultuur brengen en bewerken van grond, dus voor landbouw.

Het Lege Land

Er is veel discussie of Locke’s theorie simpelweg kolonisatie (en trouwens ook slavernij) door de Europeanen rechtvaardigt. Wat in elk geval vast staat, is dat de Engelse kolonisten in Amerika het voor dat doel gebruikten. Met succes, zou je kunnen zeggen. Met Locke’s werk in de hand, betoogden ze dat de Indianen als jagers en verzamelaars misschien recht hadden op de bizons die ze vingen en de knollen die ze opgroeven (daarvoor hadden ze immers gewerkt, namelijk gejaagd en verzameld), maar niet op het land dat ze daarvoor gebruikten. Sterker nog, ze hadden hun plicht als mens verzaakt door het land niet te cultiveren. Locke kon daarom zeggen dat in de beginne heel de hele wereld als Amerika was, dus Leeg Land, niet omdat hij niet wist van het bestaan van een oorspronkelijke bevolking daar, maar omdat ze geen landbouw bedreven en dus geen aanspraak op de grond konden doen gelden. De kolonisten hadden daarom het recht (wat zij beschouwden als) braakliggend land toe te eigenen en te cultiveren zonder instemming van welke inheemse stam dan ook. Op die manier werd het land bovendien efficiënter gebruikt en de welvaart die dat tot gevolg had, kwam uiteindelijk iedereen ten goede (dus indirect ook de Indianen).

Voor de Khoikhoi die de Hollanders in de Kaap troffen gold hetzelfde. Als nomadisch volk van jagers, verzamelaars en herders bestond hun grondgebied voor hen alleen uit zijn gebruikswaarde. Als leden van een orale cultuur, hadden ze bovendien nooit formele eigendomsrechten geclaimd door deze schriftelijk vast te leggen binnen een juridisch kader van juridische en politieke instituties. Uit de getuigenis die Van Riebeeck uit hun mond optekent, blijkt dat ze zich in plaats daarvan beriepen op een eeuwenoud recht van gebruik of ‘natuurlijk eigendom’ (vergelijkbaar met het gemeenschappelijke bezit van de aarde in de natuurtoestand bij Locke). Omdat ze de Hollanders geen geschreven eigendomsbewijzen konden tonen (zoals de grondcertificaten die de VOC uitreikten aan de vrye luyden), stonden ze machteloos tegenover het landjepik en konden zelfs geen onderhandelingen aangaan over het verkopen of verpachten ervan.

Observatory Road Final.jpg

3,24 km Observatory Road, Piezografie print op Hahnemüler White Velvet papier, 81,1 x 56,4 cm, Judith Westerveld, 2016. Onderdeel van de fotocollage serie Echolocation, mede mogelijk gemaakt door Framer Framed.

Dubbel onrecht

Het geweld van de stichting van de Kaapkolonie als politieke en juridische gemeenschap is tweevoudig. Enerzijds, voor de hand liggend, omdat met hun land de bestaansmiddelen van de lokale bevolking werden afgenomen.

Anderzijds ligt het onrecht op het niveau van taal, zoals de Franse filosoof Jean-François Lyotard. De Hollanders en de Khoikhoi hadden radicaal verschillende en onverenigbare referentiekaders en wereldbeschouwingen (‘taalspelen’) die over en weer onbegrijpelijk waren, zelfs al zouden beide partijen hun uiterste best gedaan hebben elkaar wel te begrijpen. Zulke ‘taalspelen’ kunnen per definitie niet in elkaar ‘vertaald’ worden. Zeker niet door een tolk (het punt is hier niet dat de VOC-ers Hollands spraken en de Khoikhoi hun eigen taal; de VOC had een aantal goede Khoikhoi tolken in dienst). Maar evenmin kan een rechter een dergelijk fundamenteel geschil ooit oplossen (Lyotard noemt zo’n fundamenteel geschil met een neologisme een différend). Binnen zo’n taalspel is een aanklacht die wordt geformuleerd vanuit een heel ander taalspel per definitie niet geldig. Sterker nog: ze zal niet eens begrepen of herkend worden als een aanklacht waarover kan worden geoordeeld. Er is namelijk geen scheidsrechter die een criterium of regel kan gebruiken om het geschil te beoordelen en te beslechten dat door beide partijen geldig bevonden zal worden, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval was bij de klachten over misdragingen door de mannen van Van Riebeeck. Van Riebeeck had hier kennelijk al eerder uitspraak in gedaan en straffen uitgedeeld. Maar zelfs als hij de klachten ongegrond had bevonden, zou hij ze wel als zodanig hebben herkend: als aanklachten. Dat lag anders bij het geschil over landaanspraken. Daarbij had het taalspel van de Hollanders, met hun contracten, bewijzen, kadasters, bepalingen, wetsteksten, notarissen, griffiers, rechtbanken, Kamers van Koophandel, etc. de overmacht. Vanuit een dergelijk perspectief was het argument van de Khoikhoi dat ze een natuurlijk recht hadden op de weiden op de Kaap de Goede Hoop, gewoon omdat ze het al eeuwen gebruikten (zie het journaal van Van Riebeeck hieronder) simpelweg absurd. We leven immers niet meer in de natuurtoestand.

Stilte

Het gevolg van een dergelijk fundamenteel geschil is dat de aanklager ‘stil’ valt. Ze is als het ware ‘monddood’, niet eens per se als gevolg van botte repressie en zelfs van kwade bedoelingen, maar omdat het onmogelijk is haar grieven te formuleren in het taalspel van de machtige partij (andersom zou hetzelfde aan de hand zijn, maar door de ongelijke machtsverhoudingen tussen kolonisator en gekoloniseerde, doet een dergelijke situatie zich niet voor).

Ironie

Al vrij snel na de patentering van het prikkeldraad, werden eind 19e eeuw de ongekende militaire mogelijkheden van deze uitvinding ingezien. Je kunt er loopgraven mee afzetten, maar ook grote groepen krijgsgevangenen of politieke tegenstanders eenvoudig mee opsluiten. Er werd mee geëxperimenteerd tijdens de slag bij Santiago op Cuba (1898) en in de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905). Maar de ironie van de geschiedenis wil dat er pas werkelijk grootschalig gebruik van werd gemaakt in Zuid-Afrika, om de nakomelingen van de Hollandse kolonisten op te sluiten. Tijdens de Tweede Anglo-Boerenoorlog (1899-1902), sloten de Britten ruim 115.000 Boeren (vrijwel allemaal vrouwen en kinderen, omdat mannen die krijgsgevangen gemaakt werden naar het buitenland werden gestuurd) en 15.000 zwarten op in wat nu doorgaat als de eerste concentratiekampen in de geschiedenis van de mensheid. Een groot deel van de gedetineerden overleefde het niet.

De glansrijke carrière van het prikkeldraad in de oorlogen en genociden van de 20e en 21e eeuw is gevoeglijk bekend.


  • De tentoonstelling Re[as]sisting Narratives is niet meer te zien bij Framer Framed in Amsterdam,  maar is van 23 november tot 13 december in aangepaste vorm te bezoeken in het District Six Homecoming Centre in Kaapstad: het werk van Judith Westerveld, van het collectief Burning Museum, Toni Stuart en Kurt Oderson. Chandra Frank is de curator van beide tentoonstellingen.
  • Met dank aan kunstenaar Judith Westerveld, die me de twee fotocollages van haar hand in dit blogbericht ter beschikking stelde. Bekijk de collageserie Echolocation op haar website. Van haar video-installatie The Remnant is daar ook een fragment te zien. De passages uit Van Rieebeecks Dagreghisters (in 17e eeuws Nederlands) die Westerveld voorleest in deze video, overlappen gedeeltelijk met de fragmenten waaruit ik in dit essay citeer.
  • Wie hier meer over wil lezen over het geschil volgens Lyotard verwijs ik graag naar de paragraaf over The Differend in het lemma over Lyotard van de Internet Encyclopedia of Philosophy.
  • Hieronder volgt mijn vertaling van een notitie uit Jan van Riebeecks Dagreghisters in hedendaags Nederlands. Dank aan Maartje Hermsen en Judith Westerveld voor de vertaalhulp (eventuele fouten komen helemaal voor mijn rekening). De registers zijn te raadplegen in de Atlas Zuid-Afrika van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

 


Logboekaantekeningen Jan van Riebeeck, 5 en 6 April 1660

Vandaag is met de aanvoerder en het hoofd van de Kaapmannen, Herry, en alle voornaamste en oudste mannen onder hen, in het fort opnieuw vrede gesloten en werd aan weerszijden beloofd de ander niet meer te zullen molesteren. Maar van het geroofde vee was er niets over om terug te geven. In plaats daarvan wilden zij hun best doen andere volkeren uit het land ertoe te bewegen op den duur zoveel mogelijk vee te leveren. Daarbij benadrukten zij dat wij hoe langer hoe meer van hun land hadden afgenomen, dat hen al eeuwen toebehoorde en waarop zij vroeger hun vee weidden, etc. Ze vroegen ook: als wij in Holland zouden komen, zou men ons dat dan toestaan? En verder zeiden ze: het zou nog tot daar en toe zijn, als u hier bij het fort bleef, maar u kiest in het hele land het beste voor u zelf uit, zonder ook maar ooit te vragen of wij er bezwaar tegen hebben of dat het geen overlast geeft. En ze drongen er daarom met kracht op aan opnieuw vrije toegang tot dat land te krijgen. Daar brachten wij tegen in dat er daarvoor niet genoeg gras was voor hun en ons vee. Hun antwoord luidde: hebben wij dan niet groot gelijk te beletten dat u uw beesten terug krijgt? Want als u veel koeien hebt, zult u onze weiden ermee bezetten; en dan zegt u nog dat het land niet groot genoeg is voor ons beiden! Wie sal dan met ’t beste recht wijcken, de rechtmatige eigenaar of de vreemde bezetter?

Ze hielden dus sterk vast aan hun oude recht op natuurlijke eigendom, etc. en eisten dat ze tenminste de bittere amandelen die daar veel in het wild groeien mochten oogsten, alsmede wortels uitgraven (worteltjes vroeten) voor hun wintermaal. Die eis werd niet ingewilligd, aangezien ze dat te veel de gelegenheid zou geven om de kolonisten te belagen, maar ook omdat wij de amandelen de aankomende jaren zelf nodig zullen hebben voor het planten van de geplande omheining, etc. (dat laatste vertelden we hen echter niet). Maar toen zij van geen ophouden wilden weten, moest uiteindelijk het hoge woord er uit: dat zij dat land nu eenmaal met de oorlog verloren hadden en dat er voor hen niets anders op zat dan te erkennen dat ze dat vanaf nu kwijt waren, temeer daar wij hen er niet toe konden bewegen het geroofde vee terug te geven, dat zij ons onrechtmatig en zonder enige reden hadden afgenomen). Hun land, door ons rechtvaardig met het zwaard veroverd in een verdedigingsoorlog, was ons nu toegevallen en wij waren voornemens het te behouden.

Zij beklaagden zich er daarentegen zeer over misdragingen van kolonisten en de anderen die daar buiten woonden, die geregeld schapen en kalveren van hen jatten, hun de ringen en armbanden van de oren en de armen rukten om aan hun slaven te geven en hen sloegen en staken, etc. zonder dat de Commandeur [de gouverneur, Van Riebeeck, dus] daar ook maar iets van weet (ook al zit daar wat in (? daer oock al wat aen is)). Dat ze dat niet langer konden verdragen en daarom wraak hadden genomen door dieren te roven en dat ze meenden daarvoor beslist redenen genoeg te hebben gehad.

Daartegenover brachten wij in dat we veelvuldig een voorbeeld stellen door dergelijke dierlijke misdragingen te bestraffen. En als ze daarmee niet tevreden waren, maar zich zo nodig telkens met roven en stelen moesten wreken, dat er dan nooit vrede tussen ons zou kunnen heersen en dat ze dan nog meer van hun land door het recht van oorlog zouden verliezen, tenzij ze natuurlijk de moed hadden ons te verjagen, en zij op grond van hetzelfde recht dan het fort in bezit zouden krijgen en houden zolang ze konden; en als dát was wat ze wilden, dan zouden we nog wel eens kijken wat ons te doen stond.

Daarop zeiden zij dat ze het verleden wilden begraven en er mee instemden ons voortaan niet meer te molesteren, maar dat ze de kolonisten die hen molesteerden bij ons zouden aangeven om op gepaste wijze gestraft te worden, zoals zij van hun kant dat ook zouden doen. Verder zeiden ze dat ze het moment afwachtten waarop de Commandeur hen de wegen aan zou wijzen die ze mochten gebruiken en de grenzen waar ze buiten moesten blijven, etc. Dat werd uitgesteld tot het vertrek van de schepen, en nu de vrede gesloten was, hebben we de aanvoerders Gogosöa, Herry en alle notabelen, ongeveer 40 man, met koper, kralen en tabak vereerd en getrakteerd op zoveel eten en drinken, dat ze allemaal flink aangeschoten (lustigh bestoven) waren, en wij, als we gewild hadden, daar misbruik van hadden kunnen maken, maar dat gezien onze verheven principes natuurlijk niet goed vonden. We kunnen dat altijd nog doen en zo tegelijkertijd hun geest verder bestuderen.

Advertenties

Een gedachte over “Prikkeldraad en doornhagen

  1. Pingback: Bram Fischer | Essays over wereld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s