Zwarte Piet als publiek ding

De meningenstrijd om Zwarte Piet is schijnbaar eindeloos, maar daarom nog niet zinloos. Sterker nog, Zwarte Piet versterkt de democratie en verbindt Nederlanders.

gerda-havertong_zwarte-piet_426

Gerda Havertong in Sesamstraat (1987), nadat Pino haar heeft gevraagd of hij zijn schoen bij haar voor de kachel mag zetten. Misschien slaat Sinterklaas hem wel per ongeluk over, maar “jou vergeet ‘ie natuurlijk niet.”

Publiek ding

Zwarte Piet is een ‘publiek ding’, de letterlijke vertaling van republiek, res publica. Althans, dat betoogde ik pas in een lezing in een filosofisch café. Onder een publiek ding versta ik een ‘object’ – een kwestie, een gebeurtenis, een institutie, traditie, een voorwerp, de inrichting van de openbare ruimte, etc. – waarover burgers met elkaar discussiëren, omdat ze het, kennelijk, allemaal van belang vinden. En waarover ze het vaak hartgrondig met elkaar oneens zijn (discussie betekent vaak geruzie). Publieke dingen bemiddelen tussen burgers. En daarmee verbindt het ze, met als resultaat wat je met een wat hoogdravende term een democratische of politieke gemeenschap kunt noemen. Die verbinding ontstaat dus niet perse doordat mensen het met elkaar eens worden. Evengoed kan het bestaan uit het twisten over datgene dat tussen mensen in ligt, het publieke ding dus, waardoor het belang dat we er aan hechten alleen maar wordt onderstreept. Zoals nu al een aantal jaren op rij het geval is bij Zwarte Piet. Is het een koloniale erfenis of waardevolle traditie (‘immaterieel erfgoed’) die niet zomaar aan politieke correctheid geofferd moet worden? Is Zwarte Piet een racistische stereotype, of allang geen slaaf meer maar een hands-on manager zonder wie zijn wat suffe witte baas nergens zou zijn?

Democratie

Onlangs las ik met een leesgroep een deel van een bundel essays van de Franse politiek filosoof Claude Lefort (1924-2010) die pas in vertaling is verschenen onder de titel Wat is politiek? Lefort heeft een interessante opvatting van wat democratie is, die volgens mij veel vruchtbaarder is dan de veelgehoorde definitie dat democratie de heerschappij van het volk is (volkssoevereiniteit) of de wil van de meerderheid uitdrukt. Die laatste definities spelen populisten in de kaart. Volgens Lefort schuilt de betekenis en het revolutionaire karakter van de democratie er daarentegen in dat het een institutionalisering van conflict is. Strijd is geen ongelukkige bijkomstigheid die overwonnen of opgelost moet worden, maar is permanent. Democratie is de politieke symbolische orde waarin de macht ‘ontlichaamd’ is. De plaats van de macht is daarmee principieel leeg. Niemand kan nog langer deze plaats bezetten en zich de macht toe-eigenen. Lefort laat met zijn opvatting van democratie ook zien waarom democratie kwetsbaar is, en zeer onrustig. En waarom de meningenstrijd cruciaal is in de democratie, belangrijker dan de zogenaamde wil of stem van het volk.

Referentiepunt

Van de joods-Duitse filosoof Hannah Arendt (Lefort was niet toevallig een groot bewonderaar van haar werk) heb ik geleerd dat die strijd wel steeds betrekking heeft op ‘iets’. Democratie (zelf sprak Arendt liever over ‘politiek handelen’) bestaat voor haar, zoals lezers van haar werk weten, dus uit de praktijk van het spreken met anderen die daarmee mijn gelijken worden (strijd). Wat vaak wordt vergeten, is dat dat democratische spreken ook iets in de wereld nodig heeft om over te praten. Met uitzondering van louter intieme conversaties, praten of ruziën mensen gewoonlijk over een of andere wereldlijke realiteit, de res publica dus. Pas door het delen van meningen, oordelen, interpretaties en verhalen over dingen en gebeurtenissen maken we ze betekenisvol. De dingenwereld biedt een ‘referentiepunt om onze indrukken aan de werkelijkheid te toetsen’, zoals een commentator schrijft.

Democratie heeft burgers nodig, maar evenzeer gedeelde dingen, bijvoorbeeld Zwarte Piet. Of, in de woorden van de hedendaagse Canadese politiek filosoof Bonnie Honig: “Zonder dingen om ruzie over te maken – openbare ruimtes, klimaatverandering, etc. – kunnen democratieën niet bestaan. Dat wil zeggen: democratie bestaat niet alleen uit een demos, het volk (of meerdere demoi), maar ook uit een res publica. Democratie heeft niet alleen democratische ‘subjecten’ nodig, maar ook democratische ‘objecten’.” Die dingen vormen dus een gespreksonderwerp, en vaak ook een podium waarop dat gesprek plaatsvindt. Regelmatig heeft dat podium meer weg van een strijdtoneel, trouwens.

Res publica

Met het publica in res publica bedoel ik dat mensen de Zwarte Pieten-traditie kennelijk ervaren als iets dat hen allemaal aangaat. Iedereen in Nederland heeft een mening over Zwarte Piet: deze traditie moet beschermd, dan wel zo snel mogelijk afgeschaft worden.

Het res in res publica moet volgens mij letterlijker moet worden opgevat⎯als ‘ding’⎯dan we gewoonlijk doen wanneer we het hebben over ‘republiek’ of ‘republikeins’. Als we er vanuit gaan dat democratie burgers, ruimtes (een podium of strijdtoneel) en dingen nodig heeft, dan blijken het publieke debat, de openbare ruimte (straten, pleinen, aanmeerplaatsen voor de boot van Sinterklaas) en door mensen gemaakte dingen onontwarbaar met elkaar verweven. Dat is overigens ook een argument tegen de voortgaande privatisering van de openbare ruimte en van publieke functies. Zonder gedeelde publieke dingen om over te praten, verliezen we ook een podium waarop we praten en twisten.

Standpunt

Natuurlijk heb ik ook een standpunt over Zwarte Piet. Een uitgesproken standpunt zelfs, net als alle Nederlandse burgers in dit geval. Wie al eens vaker een blogbericht van mij heeft gelezen, kan dat standpunt ongetwijfeld foutloos voorspellen. De inhoud van die standpunten vind ik alleen minder interessant dan het discussie en ruzie-element van Zwarte Piet. Nu al enkele jaren op een rij worden min of meer dezelfde stellingen betrokken. Maar het viel me dit jaar op dat het debat is verschoven. De bewijslast lijkt te zijn omgedraaid. Voorgaande jaren moesten de tegenstanders van Zwarte Piet zich verdedigen, dit jaar, zo lijkt het, de voorstanders. Het interview met VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra bij Pauw is daarvan wel het beste voorbeeld.

Verschilligheid

Wat ik met deze voorbeelden ook wil laten zien, is dat democratische discussies verhit kunnen zijn, en vaak onaangenaam. Mensen kwetsen en worden gekwetst. Maar het gaat wel ergens over. Er staat, kennelijk, iets op het spel, voor iedereen. Het laat niemand koud. En niets zo slecht voor democratisch burgerschap als onverschilligheid.

pino-krijgt-zn-schoen-retour-van-ger

Pino krijgt z’n schoen, ongevuld, retour van Gerda


  • Claude Lefort, Wat is politiek? Samenstelling, inleiding & vertaling: Pol van de Wiel & Bart Verheijen. Amsterdam: Boom, 2016.
  • Ik gaf mijn lezing in het Filosofisch Café Nijmegen/InScience Festival op 3 november 2016. Onderwerp van de avond was ‘Het actieve leven van Hannah Arendt’.
  • Zie hier een korte bijdrage die ik schreef voor filosofische denktank Brainwash (omroep Human) over het argument dat Zwarte Piet beledigend is voor zwarte mensen (wel even inloggen met je email-adres).
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s