Triomf en existentiële angst. Deel 3: de Republiek der Letteren en Europa als centrum van de wereld

Dit is het laatste deel in een serie van drie blogberichten (zie hier deel 1 en deel 2) over de strijd om collectieve identiteiten en de rol van taal, kleur en geschiedenis daarin die ik schreef naar aanleiding van een symposium over de Afrikaanse roman in de VOC-zaal in Amsterdam. In dit deel over de macht om te definiëren wat literatuur is sluit de cirkel zich: ik ervaar aan den lijve hoe moeilijk het is te ontsnappen aan de strijd om collectieve identiteit.

die-sideboard

De enige gekleurde spreker van de vijf, Simon Bruinders, werd als laatste geïnterviewd over zijn debuutroman Die sideboard. Aan het einde van de middag is zeker de helft van de toehoorders al vertrokken. Het leek wel alsof hij niet helemaal serieus werd genomen en was uitgenodigd als excuus.

Boodschap

‘U doet veel voor uw gemeenschap, las ik op internet’, zei de interviewer, met een gezicht alsof hij ontdekt had dat de schrijver een fervent modelspoorbaanbouwer of postzegelverzamelaar was. Bruinders, in Zuid-Afrika vooral bekend als musical- en soap-acteur en –schrijver, voelde zich zichtbaar ongemakkelijk op het podium. Het immigratiebeleid van de Republiek der Letteren blijkt niet buitengewoon gastvrij. Hij was niet verontwaardigd toen de interviewer hem voorlegde dat zijn proza volgens critici suikerzoet is (het fragment dat hij voorlas illustreerde dat inderdaad), en vooral tot doel heeft de kleurling-gemeenschap te inspireren en hoop te geven. ‘Ik wil een verhaal vertellen waar mensen trots op kunnen zijn.’ Zwarte en gekleurde Zuid-Afrikanen moeten nu eindelijk zelf beginnen hun eigen verhaal te schrijven. Bruinders greep het podium aan om in adem een lans te breken voor het belang van onderwijs. Zonder geletterde burgers is de democratie kansloos, stelde hij. De politieke elite (het ANC) is gebaat bij het dom houden van haar electoraat. En inderdaad, zei hij vergenoegd, de clever blacks (en daar rekende hij voor een keer ook kleurlingen onder), zoals president Zuma hoogopgeleide en zelfbewuste zwarte kiezers in de metropolen spottend noemt, hebben het ANC een gevoelige slag toegebracht bij de laatste verkiezingen. De interviewer, duidelijk gewend aan het spreken met vertegenwoordigers van de Literatuur-met-hoofdletter-L, reageerde met onbegrip. ‘Veel succes met het verheffen van de Kleurlingen’, sloot hij het interview af.

Centrum

Dat was natuurlijk een tikje neerbuigend, maar ik herkende de verlegenheid met proza met een boodschap. Onlangs ontdekte ik in het centrum van Johannesburg tot mijn blijdschap een zojuist geopend boekwinkeltje. In een land waarover literatuurcritici klagen dat er nauwelijks een leescultuur is en waar je literaire boekwinkels met een lantaarntje moet zoeken (waarna het assortiment ook vaak nog eens tegen valt). Ik raakte aan de praat met de eigenaar, die spotte dat de enige boeken die er verder in de buurt te krijgen zijn motivational literature is. Dat vond ik lelijk, maar dat neemt niet weg dat ik zo blij was over deze ontdekking omdat ik intussen al mijn Engelse en witte Zuid-Afrikaanse literaire klassiekers in het oog had gekregen.

De Gall-Peters projectie die de oppervlakteverhoudingen tussen de verschillende continente waarheidsgetrouwer weergeeft dan de gebruikelijke Mercatorprojectie.

Om een nieuw perspectief op te doen verbood ik mezelf een tijd lang witte Zuid-Afrikaanse romans te lezen, zowel van Afrikaans- als Engelstalige schrijvers. Even geen Coetzees, Van Niekerks, Breytenbachs, Brinks, Vladislavicen, Jonkers, Krogs en Gordimers. Een universitair docent literatuurwetenschap in Pretoria deed me The Madonna of Excelsior (2002) van Zakes Mda als leestip aan de hand. Ik vond de roman te schematisch, met een te duidelijke bedoeling. Het ergste was nog wel het happy end: na veel worstelen accepteert het gekleurde meisje zichzelf uiteindelijk. Ronduit kitscherig, vond ik. Wat was ik opgelucht toen ik mijn blik van mezelf wat mocht verruimen naar de rest van het continent. Dat is op zichzelf natuurlijk al bespottelijk, want Afrika is nog veel groter dan de Mercatorprojectie suggereert, en een dergelijke homogenisering zou ik volstrekt onacceptabel vinden als het om ‘de’ Europese literatuur zou gaan. Maar goed, ik begon met Nigeria en las Chinua Achebe’s Things Fall Apart(1958). Ik vond het een prachtig boek over de dubbelzinnige ervaring van de komst van de kolonisten in Nigeria.

Vriendin L. merkte fijntjes op dat deze roman wel volkomen is gecanoniseerd⎯binnen de Europese en Noord-Amerikaanse literaire wereld, wel te verstaan. Zelfs de titel verwijst al naar een dichtregel van Yeats:

Things fall apart
The centre cannot hold
Mere anarchy is loosed upon the world…

Achebe was bovendien de laatste 25 jaar van zijn leven hoogleraar literatuurwetenschap aan verschillende universiteiten in de VS. Daar schreef hij ook zijn postkoloniale kritiek op Conrad. Kortom, ik had weer alleen mijn eigen perspectief bevestigd. Ik herken proza kennelijk slechts als Literatuur als het beantwoordt aan de standaarden van de Europese literatuur.

Iets vergelijkbaars geldt voor mijn ervaring met Afrikaanse filosofie. Die komt me vaak voor als gesystematiseerde levensbeschouwing of spiritualiteit, terwijl ik ben gevormd in een academische traditie die filosofie min of meer gelijkstelt met kritiek.

De cirkel is rond. Ook ik lijk Europa als centrum van de wereld te zien.

Twijfel

thingsfallapart

Van alle sprekers tijdens dit symposium kon ik mij het beste vinden in de maatschappelijke en politieke overtuigingen van Bruinders. Ik geloof hartstochtelijk dat onderwijs een absoluut noodzakelijke voorwaarde is om een kritische, nieuwsgierige en mondige burger te worden. Maar van een roman verwacht ik geen les, geen moraal, maar eerder nog verontrusting. Hoogstens heeft literatuur af en toe een merkwaardig licht-troostend effect op me als het een schrijver lukt de complexiteit en warrigheid van het bestaan zichtbaarder te maken en te verhelderen. Of misschien, eventueel, soms, kan een schrijver mijn denk- en belevingshorizon verruimen door een voor mij tot dan toe onbekende en onvermoede wereld of perspectief op te roepen. Zoals, inderdaad, Van Niekerk dat doet in Triomf. Haar tragikomedie is het tegendeel van regenboogliteratuur en volgens Arjen Fortuin zelfs een ‘waarschuwing tegen al te veel hoop’. Waar veel commentatoren in Triomf (en in Agaat uit 2004) een allegorie zien van Apartheid, geeft ze in interviews steeds aan op haar hoede te zijn voor sluitende interpretaties, in het bijzonder voor eenduidige politieke lezingen. ‘Iedereen kan zeggen dat mijn boeken pogingen zijn om greep te krijgen op de historische of politieke werkelijkheid, maar daar gaat het niet om. Het is onmogelijk een streep te zetten onder het verleden: politici doen dat graag maar het is zelfs gevaarlijk want je ontkent vroegere krachten die nog wel doorspelen. Je kunt er belang bij hebben dat te doen: ‘de oude geschiedenis is afgelopen en we beginnen opnieuw’. Maar dan maak je het verleden tot iets absoluuts, dan ben je een propagandist, terwijl je als schrijver de plicht hebt om twijfel te zaaien.’

Misschien kun je alleen twijfel zaaien vanuit een sterke positie? Een stevig gestutte collectieve identiteit, wellicht?

Naschrift

Tijdens het schrijven aan dit essay word ik gevraagd een artikel te schrijven voor een Afrikaanstalig wetenschappelijk tijdschrift, in een themanummer over ‘filosofie as aktualiteitsanalise. Die diagnostiese en kritiese funksie van die filosofie’. Ik zou niet eens een vertaler hoeven zoeken, want Nederlandstalige bijdragen worden ook geplaatst. Zolang het maar niet in het Engels is. Maar is het Nederlands wel zo veel onschuldiger dan Afrikaans, zeker in de Zuid-Afrikaanse context? Ik ben besluiteloos. In een academisch klimaat van publish or perish moet je als onderzoeker wel heel principieel zijn om te bedanken voor een publicatiemogelijkheid.

Dan schiet me iets te binnen. Mijn voormalige promotor herinnerde me er onlangs aan dat Hannah Arendt, die als Jood in 1933 gedwongen werd Duitsland te ontvluchten, in een interview uit 1964 zegt dat ze het Duits altijd als moedertaal is blijven beschouwen. Immers, ‘Es ist ja nicht die deutsche Sprache gewesen, die verrückt geworden ist.’ En ja, ik schrijf dit blog ook in het Nederlands, ondanks de koloniale geschiedenis.

Ik weet het goed gemaakt met mezelf: ik bewerk dit blogbericht tot een artikel voor dat tijdschrift. Actualiteit: check. Diagnose: check. Kritiek: check.


Literatuurlijst serie ‘Triomf en existentiële angst’, op achternaam

  • Chinua Achebe (1958), Things Fall Apart. Heinemann.
  • ⎯., (1988), ‘An Image of Africa. Racism in Conrad’s Heart of Darkness’ in: Hope and Impediments. Selected Essays, 1965-1987. Heinemann. Dit essay is de gepubliceerde versie van een lezing die Achebe in februari 1975 gaf aan de University of Massachusetts, Amherst.
  • Hannah Arendt (1951), ‘Race and Bureaucracy’, in: The Origins of Totalitarianism. New York: Harcourt, pp. 185-221.
  • ⎯., (1996 [1964]), ‘Was bleibt? Es bleibt die Muttersprache’, in: Ursula Ludz (Hrsg.), Ich will verstehen. München: Piper.
  • Lien Botha (2015), Wonderboom. Kaapstad: Queillerie.
  • Simon Bruinders (2014), Die Sideboard. Tygervallei: Naledi.
  • J.M. Coetzee (1982), ‘Idleness in South Africa’, Social Dynamics, Vol. 8, No. 1, pp. 1-13.
  • ⎯. (1997), Boyhood. Scenes from Provincial Life. Secker & Warburg.
  • Joseph Conrad (1899), Heart of Darkness. De novelle verscheen eerst als driedelige serie in Blackwood’s Magazine.
  • Adam Hochschild (1990), The Mirror at Midnight: A South African Journey. Penguin.
  • Ena Janssen (2015), Soos familie. Stedelike huiswerkers in Suid-Afrikaanse tekste. Pretoria: Protea. Bij uitgeverij Cossee verscheen onlangs een Nederlandse vertaling onder de titel Bijna familie.
  • Jimmy Klausen (2010), ‘Hannah Arendt’s Antiprimitivism’, Political Theory Vol. 38, No. 3, pp. 394-423. Het hielp me om de driehoek Boer-Khoikhoi-Engels te begrijpen.
  • Rian Malan (1990), My Traitor’s Heart: A South African Exile Returns to Face his Country, his Tribe and his Conscience. New York: Grove Press.
  • David M. Matsinhe (2011), Apartheid Vertigo: The Rise in Discrimination Against Africans in South Africa. Ashgate.
  • Zakes Mda (2004), The Madonna of Excelsior. Farrar, Straus & Giroux.
  • Marlene van Niekerk (1994), Triomf . Kaapstad: Tafelberg-Uitgewers. Ik lees de Nederlandse vertaling door Robert Dorsman en Riet De Jong-Goosens die in 2000 verscheen bij uitgeverij Querido.
  • ⎯., Kaar (2013). Kaapstad: Human & Rousseau.
  • Paul Ricoeur (2004 [2000]), Memory, History, Forgetting. Chicago: University of Chicago Press.
  • Francois Smith (2014), Kamphoer. Kaapstad: Tafelberg.
  • Jonny Steinberg (2015), A Man of Good Hope. Knopf.

Ik verwijs naar de volgende interviews met Marlene van Niekerk en besprekingen en recensies van Triomf:

  • Arjen Fortuin, ‘Het moest over de gure buren gaan’, NRC, 13 februari 2009.
  • Toef Jaeger, ‘Wij schaffen onzelf maar af’, NRC, 7 april 2006.
  • ⎯., ‘Ik wil niet allegorisch gelezen worden’, 9 juni, 2006.
  • ⎯., ‘Een familie op de schroothoop’, NRC, 6 februari 2009.
  • Petra Quaedvlieg, ‘De echte Trauerarbeit komt nog’, NRC, 4 februari, 2000.
Advertenties

Een gedachte over “Triomf en existentiële angst. Deel 3: de Republiek der Letteren en Europa als centrum van de wereld

  1. Pingback: Bram Fischer | Essays over wereld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s