Triomf en existentiële angst. Deel 2: Trauerarbeit en dingen die iets doen 

Dit is het tweede deel in een serie van drie blogberichten over de strijd om collectieve identiteiten en de rol van taal, kleur en geschiedenis daarin naar aanleiding van een symposium over de Afrikaanse roman in Amsterdam. In dit deel denk ik na over de rol van geschiedenis daarin. Dit deel gaat over collectieve trauma’s die herinnerd, vergeten en ontherinnerd moeten worden, terwijl ze soms nog uit hun winterslaap moeten komen. En over dingen die net mensen zijn en kunnen helpen bij de Trauerarbeit.

Het Kasteel van Batavia, Andries Beeckman, ca. 1661. Het origineel is in bezit van het Rijksmuseum, op de schouw in de VOC-zaal in Amsterdam hangt een kopie.

Allen die willen te Kaap’ren varen

Het symposium over de Afrikaanse roman is geprogrammeerd in de VOC-zaal, de kamer waar de Heeren XVII vergaderden in het Oost-Indisch huis in Amsterdam, die op dit moment in gebruik is door de Universiteit van Amsterdam. Preciezer gaat het hier om een reconstructie uit 1978 op grond van een prenttekening uit 1771 door Simon Fokke. Ook de schilderijen van een aantal VOC handelsposten⎯alle in Azië⎯zijn ‘simulacra van replica’s’, in de woorden van de organisator van het symposium. Daarmee bedoelde ze dat het kopieën zijn van schilderijen die nu in het bezit van het Rijksmuseum zijn, maar waarvan wordt vermoed dat ze in de Bestuurszaal hebben gehangen. Naast de schilderijen van de handelsposten, zie ik ook glorieuze afbeeldingen van de VOC vloot.

De ironie van de programmering van het symposium op deze locatie leek alleen de hoofdspreker niet te ontgaan. Afrikaners stammen immers af van de groep Nederlandse kolonisten die in 1652 onder aanvoering van de Culemborger Jan van Riebeeck aan land gingen in de Tafelbaai en bij Kaap de Goede Hoop een bevoorradingsstation stichtten voor de VOC. Rian Malan beschrijft deze afstamming als een reeks bijna mystieke transformaties van de ziel. Als we de film terugspoelen, ziet die reeks er ongeveer als volgt uit: Afrikaners, Boeren, Voortrekkers, Grensboeren, Trekboeren, Vryburghers, Nederlanders. Net als in de Amerikaanse Frontier mythe betekent elke stap een grensoverschrijding die de Nederlanders Afrikaanser maakt.

Kaap de Goede Hoop was strategische gelegen, ongeveer halverwege de thuisbases van de VOC en de handelsposten in Indië (Batavia). Die eerste groep kolonisten zou je vrijbuiters kunnen noemen of, zo je wilt, een zooitje ongeregeld (sorry voor mijn grove taalgebruik, maar het is de schuld van Van Niekerk). De Benades hebben voorouders. Overigens was van Riebeeck zelf ook een wat dubieuze figuur. Enkele jaren tevoren had het VOC-bestuur hem vanwege bijbeunen teruggeroepen uit Indochina, het huidige Vietnam. Sommige historici beweren dat de VOC hem het Kaap project in de maag splitste in ruil voor het afzien van strafvervolging. Vaststaat dat de eerste kolonisten wars waren van elke vorm van overheidsinmenging of bestuur, een soort cowboys dus. Hun nogal libertaire inborst was de belangrijkste reden geweest om de Republiek de rug toe te keren en aan te monsteren bij de VOC. Dat ervoer de VOC al direct, toen de kolonisten tegen de zin van de Heeren XVII van het tussenstation een settler kolonie maakten, de Kaapkolonie. De VOC zag zich voor voldongen feiten geplaatst, nam het bestuur van de Kaapkolonie op zich en behield dit tot haar faillissement in 1795, waarna de Republiek het nog enige jaren over nam, voor het onder de Britse kroon kwam.

Met de oorspronkelijke bewoners van de streek, de Khoikhoi, werd oorlog gevoerd en handel gedreven, maar vaker verkochten zij hun grond en arbeidskracht onder dwang, werden ze steeds verder weg gedreven van de grond die hun vee begraasden, hun koeien gestolen. Later werden velen tot slaaf gemaakt, hoewel de bevolking al snek gedecimeerd was door een pokkenepidemie die de kolonisten uit Nederland meebrachten.

Jan & Jan

Boer in de Karoo protesteert tegen de voorgenomen schaliegaswinningen door Shell, 2011. Foto: The New York Times, 30 december 2011.

In een gedicht uit haar recentste dichtbundel Kaar (2013) dat Van Niekerk voordroeg in de VOC-zaal verbond ze de koloniale geschiedenis van ‘de eerste multinational ter wereld’ (zoals de VOC vaak wordt getypeerd) met de roofzucht van Shell. Van Niekerk trekt een parallel tussen Jan van Riebeeck en Jan Willem Eggink, de Nederlandse topman van Shell die enkele jaren geleden verantwoordelijk was voor het onderzoek naar de haalbaarheid van schaliegaswinning in de Karoo. Toen Van Niekerks bundel werd gepubliceerd werd er hevig geprotesteerd tegen dit voornemen door een onwaarschijnlijke coalitie van milieuactivisten en boeren. Een mogelijke ecologische ramp zou ook boerenbedrijven aan de grond brengen, zo was de vrees. In maart 2015 maakte Shell bekend dit project te staken. Ik heb het gedicht onderaan dit blog opgenomen.

Misdaden tegen de menselijkheid

Slavernijmonument op Church Square in Kaapstad, vlak bij het Slavenhuys (Slave lodge). Let op de namen van de slaven die hier worden herdacht.

Wat zou de bedoeling geweest zijn van de recente reconstructie van het bestuurscentrum van de koloniale mogendheid? De viering van ‘die VOC-mentaliteit’? Leren leerlingen en scholieren tegenwoordig niet al op school dat niet de bewoners van de overzeese gebieden (Japan is de uitzondering), maar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de VOC toestemming gaf voor het handelsmonopolie op de Oost? Ook weten leerlingen tegenwoordig dat de ontdekkingsreizen en de handel geregeld gepaard gingen met geweld: “Delen van Java werden bezet, Ambon en Ternate in de Molukken werden onderworpen, en de bevolking gedwongen om specerijen te verbouwen. Ook elders in Azië kreeg de VOC met overreding of geweld voet aan de grond.” Het klinkt hier en daar wat als een avonturenboek voor jongens (de VOC was een ‘geduchte macht’), maar de Canon van Nederland laat er geen twijfel over bestaan dat het hier een vroege vorm van kolonisatie betrof. Bij deze munt ik de kwalificatie corporate kolonialisme, omdat de Compagnie een bedrijf was, weliswaar gesteund door de staat, en quasi-soevereine macht bezat: ‘verdragen sluiten, oorlogen voeren en veroverde gebieden besturen.’ Zoals we onder meer zagen in de Kaap Kolonie. De publiekswebsite over de VOC van het Huygens ING, een KNAW instituut, laat verder zien dat slavernij een integraal onderdeel vormde van de handelsonderneming. Volgens de website waren er rond 1780 ongeveer 10.000 slaven aan de Kaap (hoewel het niet in verhouding staat tot de omvang van de Trans-Atlantische slavenhandel door de West-Indische Compagnie). In Kaapstad bijvoorbeeld beklaagde Jan van Riebeeck zich al na korte tijd na de stichting van de VOC handelspost bij de Heeren XVII over het gebrek aan werklust onder de kolonisten. Gedwongen en onbetaalde arbeid was volgens hem de enige mogelijke oplossing. Tussen 1658 en haar faillissement verscheepte de VOC naar schatting ongeveer 63.000 slaven naar de Kaap. Veel van hen werden bij aankomst, soms met meer dan 1000 tegelijk, als handelswaar opeengepakt in het Slavenhuys dat in 1679 werd gebouwd in de Compagniestuin en dat op dit moment is opengesteld als museum, de Slave Lodge. Door de beroerde leefomstandigheden stierf daar gemiddeld tussen een vijfde en een derde van de slaven. Wie overleefde werd naamloos verkocht op de slavenmarkt om de hoek. Ze werden verder ontmenselijkt doordat hun eigenaren hen na aankoop een nieuwe, meestal Nederlandse naam gaven. Zie hier de politiek van hernaming die de stadsontwikkelaars van de Apartheid in de jaren ’50 van de vorige eeuw kopieerden.

Landjepik, massamoord, grootschalige plundering en de handel in en het houden van slaven: het Internationaal Strafhof zou vandaag een niet al te moeilijke zaak hebben de VOC (en de staat die haar steunde) te vervolgen wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Gedeelde dingen 

Jacq

Is de VOC-zaal anders dan de Rand Club in Johannesburg, het Voortrekkermonument in Pretoria, de schouw met Delfts-blauwe Voortrekker tegeltjes in het Oue Klubsaal op de campus van de universiteit van Pretoria, en de standbeelden van mannen als Rhodes, Kruger, Botha en Smuts die je overal in Zuid-Afrika tegenkomt? Of, in Nederland, de gouden koets? Zwarte Piet? Wat deze voorbeelden met elkaar gemeen hebben is dat ze verbonden zijn met politiek geweld, of wat juristen historisch onrecht noemen, al dan niet, in hedendaagse termen, met misdaden tegen de menselijkheid. Het is niet mijn bedoeling deze verbeeldingen van het koloniale verleden en slavernij over een kam te scheren. De genoemde voorbeelden hebben betrekking op heel verschillende historische episodes en geopolitieke locaties. Ze hadden andere actoren, achtergronden en gevolgen. Daarnaast verschilt de hedendaagse context waarbinnen ze geëxposeerd worden ook sterk. In de (semi-)openbare sfeer of juist binnen een private instelling, in een museale context of niet, etc. Dat maakt allemaal nogal uit voor het oordeel of er sprake is van verheerlijking van een gewelddadig verleden.

De genoemde verbeeldingen zijn de materiële neerslag van een gedeelde verleden, lieux de mémoires ofwel herinneringsplekken. Maar het zijn gedeelde dingen die zelf ook iets doen. Wat dat betreft zijn het zelf net mensen. Ze vormen niet alleen een plek die ons over onze schouder doet terugkijken de tijd in, om stil te staan bij wat er is gebeurd of het te gedenken. Ze wijzen ook vooruit, de toekomst in. Met andere woorden: geschiedenis, voor zover die is opgeschreven, of verbeeld of verteld wordt, is ook altijd politiek. Daarmee bedoel ik dat ze, als het goed is, het onderwerp vormen van discussie of handelen. Dat kan activisme zijn of een publiek debat, historisch of gerechtelijk onderzoek of juridische processen. Wat mij betreft is onverschilligheid het ergste, niet een meningenstrijd die gepaard gaat met controverse of hoogoplopende gemoederen, zoals in de Zwarte Piet discussie. Herinneringsplaatsen en dingen behoren pas echt tot het wereldarchief van wat mensen zoal hebben gedaan en elkaar hebben aangedaan, als ze besproken en betwist worden. Soms moeten ze dus nog uit hun winterslaap komen.

Trauerarbeit

soos-familie-ena-jansen-mei-2015_300

De vier overige auteurs spraken over herinnering en trauma, steeds tegen de achtergrond van de beladen 20e eeuwse Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Maar om wiens en welk trauma ging het hier? Alleen Ena Jansen ging direct in op het trauma van de Apartheid. Haar boek Soos familie (‘bijna familie’, in de Nederlandse vertaling) gaat over de verbeelding van huishoudsters in Zuid-Afrikaanse romans. In het interview vertelde Jansen dat ze de huisbediende opvat als een Zuid-Afrikaanse herinneringsplek. Deze vrouwen waren en zijn nog steeds zwart of gekleurd, hun werkgevers (baas, miesies) wit. Het boek lijkt dus evenzeer te gaan over de gecompliceerde en ongelijke verhoudingen tussen witte en niet-witte Zuid-Afrikanen. Huishoudsters lieten – en laten – veelal hun eigen gezin achter op het platteland, om in de stad voor de kinderen van witte mensen te zorgen. Veel witte Zuid-Afrikanen van nu zijn inderdaad opgegroeid in een doek op de rug van de huishoudster. Het is een tegelijkertijd uiterst intieme en zwaar beladen band. Vaak werd tegenover die kinderen het eigen leven van de werkster verzwegen. Huishoudsters woonden vaak in een hut of klein huisje op het erf van hun bazen, in wat nu garden flats of wendy houses worden genoemd (in Pretoria woonde ik een tijdje in zo’n woninkje). Tegenwoordig reizen de werksters vaak op en neer tussen de townships buiten de stad waar ze wonen en de rijke buitenwijken waar ze werken. In een land zonder goed openbaar vervoer, komt dat vaak neer op een urenlange dagelijkse rit heen en weer met taxibusjes en veel lopen. We zien hier volgens Jansen een voortzetting van Apartheid na het formele einde ervan. Deze situatie brengt veel witte Zuid-Afrikanen in verlegenheid. Enerzijds is de relatie besmet door de erfenis van Apartheid, anderzijds schept huishoudelijk werk ook werkgelegenheid voor ongeschoolden op een arbeidsmarkt die toch al krap is. Hoe kun je hier respectvol mee om gaan?

Winterslaap

Bij Lien Botha (fotograaf en onlangs gedebuteerd met Wonderboom) ging het om het individuele trauma van een vrouw die langzaam haar geheugen verliest. Francois Smith, universitair docent Literatuurwetenschap in Bloemfontein verhaalt in zijn roman Kamphoer over het Afrikaner trauma, aangedaan door de Britten in de Anglo-Boeren oorlogen. De ‘schuld’ in de titel van de Nederlandse vertaling van zijn roman, Een schuldig leven, verwijst dus kennelijk naar de Britten. De verwerking van persoonlijk en collectief trauma vraagt om het ‘werk van vergeten’, parafraseerde hij Paul Ricoeur (2000). De interviewer voegt daar fijntjes aan toe dat de zwarte Amerikaanse schrijfster Toni Morrison in 1987 in haar roman Beloved al spreekt van ‘ontherinneren’ (disremembering).

In een interview zei Van Niekerk eens het volgende over literatuur, herinnering en trauma. ‘De grote romans over de Apartheid en de gevolgen ervan moeten nog geschreven worden. De echte Trauerarbeit moeten we hier nog doen, die moet ook in de literatuur nog beginnen.’ Inderdaad, anders dan ik had verwacht blijkt er van een Vergangenheitsbewältigung zoals in na-oorlogse Duitsland in Zuid-Afrika nog steeds nauwelijks sprake. Diverse bevriende historici in Nederland hebben mij er echter op gewezen dat ik te ongeduldig ben. In Duitsland begon de verwerking pas ver in de jaren ’60. En ook Nederlandse omgang met de eigen behandeling van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en met de ‘politionele acties’ tijdens de bevrijdingsoorlog in Indië (1945-1949) verloopt moeizaam, in horten en stoten. Deze week (29 september) werd daaraan weer een nieuwe episode toegevoegd met het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift De brandende kampongs van generaal Spoor van de historicus Rémy Limpach. En het debat over de Trans-Atlantische slavernij is daarbij nog maar net op gang gekomen (zwarte Piet, de Gouden Koets, het Slavernijmonument), om nog maar te zwijgen over het VOC-verleden. Toen ik afgelopen februari het Tropenmuseum in Amsterdam bezocht omdat mijn studenten een verslag moesten schrijven over hun bezoek aan een etnografisch museum, viel me de bedomptheid van de presentatie van de collectie koloniale voorwerpen op. Deze dingen lagen nog steeds in winterslaap.

Publieke verbeelding

Over de verschillende manieren waarop gedeelde dingen uit een traumatisch verleden uit deze slaap gehaald kunnen worden, leerde ik onlangs meer tijdens een etentje met mijn oud-collega’s van het Duitsland Instituut, de een tegenwoordig hoogleraar geschiedenis, de ander hoogleraar rechten. Ik vertelde over de onvrede die er achteraf in Zuid-Afrika bestaat onder de slachtoffers van Apartheid over het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Naar aanleiding daarvan ontspon zich een discussie over de weg van het recht in de verwerking van een traumatisch collectief verleden. De historicus meende dat deze weg vaak een noodzakelijke stap is, maar nooit voldoende omdat het tot een zekere perspectiefvernauwing leidt. De juridische route, meent zij, roept nogal eens beloften wakker die in de praktijk vaak niet vervuld kunnen worden. Bepaalde aspecten van aangedaan leed zijn er namelijk niet mee op te lossen en blijven dus onzichtbaar voortmodderen. Je kunt er ook geen verzoening mee afdwingen. Als Nederlands voorbeeld noemde ze de verschillende na-oorlogse wetten die uitkeringen aan verzetsstrijders of oorlogsslachtoffers regelen. Niet alle verzetsstrijders en slachtoffers konden keihard (juridisch, medisch) bewijs presenteren, en dat gaf veel mensen het gevoel alsof de regeltjes hun identiteit ontkende en hun integriteit ter discussie werd gesteld. Ze werden weggezet als simulanten, want het was per slot van rekening ‘objectief vastgesteld’ hoe het met hen zat. Anderen, die na het doorlopen van het juridische traject wel werden erkend als oorlogsslachtoffer en een financiële compensatie ontvingen, hadden het gevoel daarna eigenlijk hun mond te moeten houden. Zo kan de juridische weg teleurstelling en wrok onder slachtoffers in de hand werken. Laten we eerst meer historisch onderzoek doen, vond ze.

De jurist bracht daar tegen in dat het recht wel degelijk van groot belang kan zijn voor de verwerking van het verleden. Zijn voorbeeld ging over processen tegen de Nederlandse staat vanwege de misdaden in Indonesië tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, zoals dat bijvoorbeeld tussen 2009 en 2011 is gevoerd door Liesbeth Zegveld namens de weduwen van Rawagede. Met de overeengekomen compensatie zijn de weduwen er inderdaad spijtig genoeg niet op vooruit gegaan. Maar historisch onrecht krijgt door processen als deze een plaats in de publieke verbeelding en het publieke debat, sterker dan onderzoek dat meestal doet.

Naast het recht en historisch feitenonderzoek, kan ook literatuur een rol spelen in collectieve traumaverwerking. In het al aangehaalde interview wijst Van Niekerk erop dat grote romans niet als paddenstoelen uit de grond schieten, maar dat ze stimulans behoeven, ‘want vergetelheid is iets wat snel wortelt in deze bodem van ons.’ Bij die gelegenheid beklaagde ze zich over het algehele gebrek aan een publiek intellectueel debat in Zuid-Afrika. ‘Het is de armoede, de ruimte, de geïsoleerdheid van de individuen, het gebrek aan scholing, aan een leescultuur, aan een hechte literaire wereld.’ Voor de niet-witte literatuur is dat des te fnuikender. ‘De staat doet niets voor de literaire voeding van de inheemse talen. Hoe kun je dan ooit belangwekkende zwarte literatuur verwachten?’

Dubbelzinnig

Van Niekerk speelt in haar roman met het verlangen van haar lezers naar een eenduidige politieke boodschap. Welk verhaal wil ze hier vertellen? Is het een poging in het reine te komen met Apartheid? Gepubliceerd in het jaar waarin Apartheid plaatsmaakte voor democratie, verweten veel witte lezers in Zuid-Afrika Van Niekerk nestbevuiling. Nu, ruim 20 jaar later en vanuit een ander, Nederlands, perspectief gelezen, verwachtte ik een aanklacht tegen Apartheid en het Afrikanerdom. En inderdaad, Van Niekerk schetst de Benades met smaak als een asociale, racistische en incestueuze bende. Inteelt onderstreept de Afrikaner afwending van de buitenwereld en het geloof genoeg te hebben aan zichzelf, de eigen groep, tenminste sinds de Grote Trek “En de wereld kan stikken,” aldus Van Niekerk in een interview over het boek. Rian Malan, journalist en rockmuzikant uit een stam (zijn eigen woord) van prominente Afrikaners, Apartheidspolitici en –ideologen, laat in zijn cultboek My Traitor’s Heart (1990) aan de hand van het verhaal van zijn voorouders zien dat die neiging tot isolatie al ver voor de Grote Trek de kop op stak, toen de uitgekochte VOC-kolonisten (Vryburghers), Trekboeren en Grensboeren als regel hanteerden dat boerderijen dusdanig ver uit elkaar gebouwd moesten worden dat niemand de schoorsteen van de buren kon zien roken.

Maar tussen alle vuilspuiterij van Van Niekerks personages door, duiken dan weer de campagnevoerders van de Nasionale Party op die de Benades tot een NP stem proberen te verleiden, maar hen achter hun rug uitlachen en denigreren. Je krijgt zowaar sympathie voor ze. De Tokkies blijken dan tenminste ook underdogs te zijn, evengoed slachtoffer van de politiek van hun eigen groep als zwarte en gekleurde mensen onder Apartheid. En gaandeweg het verhaal wordt de achtergrond van deze familie duidelijk (inclusief hun onderlinge verwantschapsrelaties, trouwens). Mol, Pop en Treppie behoren tot de nakomelingen van na de tweede Anglo-Boeren oorlog verarmde boeren (de Grote Depressie van de jaren ’30 gaf ze de laatste klap) die met hun gezin naar Johannesburg trokken, op zoek naar een beter perspectief, maar daar onverbiddelijk en kennelijk onomkeerbaar ingevoegd werden in het omvangrijke Lumpenproletariat.

Vuistslag

Toch blijf ik een wantrouwige lezer, op mijzelf andermaal de vuistslag in mijn gezicht te besparen die een essay van Chinua Achebe uit 1975 me uitdeelde toen ik eens een college voorbereidde over koloniale wreedheid in Heart of Darkness. Ik las die novelle als een aanklacht tegen de Europese kolonisatie, in elk geval die van Congo uit naam van de Belgische koning Leopold. Achebe liet me echter haarfijn zien dat Conrad een ‘ten diepste een racist’ is. Door de inheemse bevolking voor te stellen als wezens zonder taal, wordt ‘Afrika’ in Heart of Darkness verbeeld als het tegendeel van Europa, ‘de andere wereld’. Het is

a place where a man’s vaunted intelligence and refinement are finally mocked by triumphant bestiality…. a metaphysical battlefield devoid of all recognizable humanity into which the wandering European enters at his peril.
In vergelijking daarmee wordt Europa het toppunt van beschaving. Ik leerde dat romans die bij eerste lezing kritisch lijken over de onmenselijkheid van het Europese koloniale project, tegelijkertijd heel goed zelf stereotypen in stand kunnen houden. Met terugwerkende kracht zag ik toen pas hoe dubbelzinnig ook Arendts tekst over het racisme van de Boeren is. Niet toevallig prijst ze Conrads novelle als ‘the most illuminating work on actual race experience in Africa’.
Maar opnieuw, misschien is deze dubbelzinnigheid wel onvermijdelijk.

Teorie en praktijk van die digkuns in ‘n era van aardgas
(Vir die meesters van Shell, ‘n boodskap uit Suid-Afrika)
Hieronder volgt het gedicht dat van Van Niekerk tijdens het symposium voordroeg uit haar bundel Kaar (2013). Ik geef de oorspronkelijke Afrikaanse versie (er zijn ook Nederlandse en Engelse vertaling van de bundel). Of de spelling helemaal correct is, kan ik niet controleren, omdat mijn tekstverwerker geen spellingscontrole voor Afrikaans heeft. Ach shame… Met de ‘staatskleptocraten’ doelt Van Niekerk op de ANC regering. En met het lompenproletariaat dat deze regering ‘laat platschieten voor een platinumschacht’ verwijst ze naar het bloedbad dat de Zuid-Afrikaanse politie aanrichtte onder stakende mijnwerkers in Marikana in augustus 2012 [link]. Wat de Keizersgracht hier precies doet, is mij niet duidelijk (het kan in elk geval niet verwijzen naar het Oost-Indisch huis, want dat bevindt zich op de hoek van de Kloveniersburgwal en de Oude Hoogstraat). Tarkastad, Sutherland, Laingsburg en Beaufort-Wes zijn plaatsen in de Karoo (West-Kaap en Noord-Kaap), gelegen bovenop de schaliegasvoorraden waar Shell haar oog op had laten vallen. Spes Bona is een plaats in de Wijnlanden bij Kaapstad (verwijzend, naar ik aanneem, naar goede hoop); Cradock een dorp in de Oost-Kaap waar in 1812 een militaire voorpost van de oostelijke Kaapkolonie werd gesticht.

Nie dat daar selfs in die digkuns ‘n oomblikvan nul-exploitasie bestaan waar die maker
by die stik soet mimosa sit, haar skadu gehang
aan halfwoestynklankies, haar spoeg ingesluk
voor ’n plakkie, ’n klip, ’n sandakkedis,
nie dat sy anderkant Laingsburg haar woorde
toevee onder skaliegruis alvorens sy adelwipagtig
waterpas kom met die dun pers lyn van die horison
om vanagter die mistieke ooglid
die ek-lose vonkswart son te aanskou – nee,
die drang tot kleim en ontginning
kan die meeste poeëte ewemin keer
as opely of n ereksie. Poësie dien ‘n territorium
en is gevat in refreine soos skil turksvyskil,
soos been sybokneusbeen, soos die ruil
van sout en velle by die koöp of die roep
van die vuurneknaguil in die kerkhof van Tarkastad.

In hierdie tampende niet, geheet die Karoo
waar agterstad eindig in bloeiselspronge,
revolusies, Meyer se Beaufort-Wesgesigte,
‘n komeet-reën oor die eskarp by Sutherland
vat ek my drewel van jambes en breek
die geskiedenis vir Jan Willem Eggink
in vier snelstygende stappe uit die kelders van oorsaaklikheid –
naas binnehuisversiering is poësie ook ’n wapen.

Jou naamgenoot Jan, die een van sestien-twee-en-vyftig,
het ter wille van kruidnaels sy slawe onder die VOC-loep
omgedop soos toktokkies en hulle ledemate afgeskeur.
Vervolgens kon, deur dié koloniale voorsortering,
Verwoerd drie eeue later sy fascisme insaai soos varkmasels.
(Vir wat het julle die hoflike Swartskoen
nie daar achterkant gehou nie? Uit ‘n blou stoel
in Den Haag kon hy Wilders help by die pleit vir kopdoekbelasting
of, weet ek veel, oogkwarantyn vir Toearegs.)
Daarna in die tagtigs het julle apartheidslemoene
en kolonie-argiewe sonder fatsoen
in die Keizersgracht gesmyt en drie
dekades later is julle met harde oë terug
vir gas, die liksens gesmeer uit die palms
van staatskleptokrate wat lumpenprolete in dosyne
laat platskiet voor ‘n platinumskag.

Nie dat daar ’n oomblik sonder fraktuur
bestaan waar die digters swyend in die stil rooi stof
van die dageinde sit by ’n vetplant, ’n klip, ’n sandakkedis –
ons ydelheid verhoed dit, ons radbraak ons sinne
om jou aandag te kaap. Net soos daardie eerste godvergete Jan
weet jy de fok nie wat jy hier begin nie, boetie.
in die emalje aandlug van Spes Bona, sestig myl anderkant Cradock
waar godgloeiend geel met rooi gestriem jou jakopskulp
sy intog bo die garingbome maak, vra ek:
het jy in die warmlugballon hiernatoe gesweef kom
uit jul olievelde in die Niger-delta? Kon jy goeie hoogte
kry van hoe dit lyk waar julle besig was?
Die vuurspuwende gras? Die olie-lanferende rivier?
Fantoomwoude mangliet waar petrolslange
in die hakskeen pik? Stel jou voor julle het dít probeer doen
op die Vinkeveense plas! Ek vra: gaan julle hier ook julle spioene
die kabinet inknoei soos in Nigerië?

Jy hoef slegs ’n Lexus, ’n Rolex, ’n goue stewel
aan te bied, lughartig, soos Van Riebeeck lint en krale
aan die Khoi, en jou kop is deur, hulle sal jou Tafelberg
op ’n dienblad gee as jy betaal vir eksplorasietorings,
geen stroom of berg het hier nog himen.
Let op: langs my sit die gees van Kenule Saro-Wiwa,
hy rook sy klein swart pyp. In ’n sagte lispelende Ogoni
wat ek net half verstaan dikteer hy die storie
van Karololo Kogbara aan dié wat uit die laatse rein
grondwater van gewete briewe wil skryf vir Beatrix.
Jy begryp, Jan Eggink, hý het die stem,
ek het die skrif, die herkenning.

(11 November 2011)

Advertenties

Een gedachte over “Triomf en existentiële angst. Deel 2: Trauerarbeit en dingen die iets doen 

  1. Pingback: Bram Fischer | Essays over wereld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s