Smart

poppenrek_420.png

Rek met poppen, bij de textielsuper om de hoek

Deze ontmoetingen heb ik tijdens een van mijn eerste middagjes boodschappen doen in de buurt, het centrum van Johannesburg:

  • In het trappenhuis van Anstey’sYou look smart, zegt een man, en vraagt me bezorgd of ik wel een paraplu mee neem als ik boodschappen ga doen? Het heeft hier al in maanden nauwelijks geregend, maar paraplu’s dubbelen in Zuid-Afrika als parasol.
  • Omdat ik binnenkort intern ga verhuizen naar een ongemeubileerd appartement, ga ik eerst op zoek naar een matras bij Stiller’s Discount, een enorme winkel in huishoudelijke spullen op de begane grond. De matrassen zijn precies zo lang als mijn partner M., en ik vraag of ze geen langere hebben, ik ben gewend aan 2 meter. Nee, 1.80 meter is de standaard lengte hier. Wat doe ik hier eigenlijk in godsnaam, vraagt de verkoper, de enige Afrikaner die ik tot dusver in de wijde omtrek ben tegengekomen? Ik zeg dat ik het hier leuker vind dan in het rustigere Pretoria. Hij schudt zijn hoofd in ongeloof. Zijn dochter is juist voor een MBA vertrokken naar Europa.
  • Een tegemoet lopende mevrouw van middelbare leeftijd in een traditionele jurk neemt me goedkeurend op. Ik zie er smart uit, vindt ze. Even later tikt iemand me op mijn schouder en wijst op dezelfde mevrouw die me hijgend achterna holt. Ze werkt bij Imizamo Yethu, een NGO die werkt met straatkinderen in Soweto (‘All things are possible to those who believe’) en ik moet beslist eens langskomen. Ze geeft me haar visitekaartje. Is ze op zoek naar fondsen voor de stichting, vraag ik me af? Ze weet immers verder niets van mijn achtergrond. Of heb ik gewoon haar nieuwsgierigheid gewekt?
  • Ik koop een krant en een flesje water bij een kiosk. Daarna loop ik naar een elektronicazaak, drie winkels verderop, om te informeren naar een stylus voor mijn tablet (want hé, dat is toch een eerste levensbehoefte van de licht en dus papierloos reizende Eerste Wereld academicus). Ik hoor wat tumult achter me, maar besluit me niet om te draaien en door te lopen. Be vigilant!, wees op je hoede, is immers wat iedereen me hier op het hart drukt. Als ik even later met een stylus in mijn hand bij de kassa sta, blijkt een man me achterna te zijn gelopen om me te zeggen dat ik mijn flesje water heb laten staan. Terug bij de kiosk verwijt de bewaker met gespeelde verontwaardiging dat hij me een tijd heeft staan naroepen. Of ik hem niet hoorde.
  • Ik koop spinazie, kool, bananen en knoflook bij de straatverkoopster direct om de hoek bij de ingang van Anstey’s. Ze knikt me vriendelijk toe. Dit wordt mijn vaste adresje voor fruit & veg.
  • ‘Hé, smart lady!’ In een warenhuis rent een verkoper me dwars door de winkel achterna. Hij wil me een klantenpas aansmeren, maar dat blijkt een nauwelijks verhulde smoes om te vragen waar ik vandaan kom en wat ik hier doe.
  • Terug in Anstey’s knoopt een oudere mevrouw een gesprekje met me aan over de gebroken spiegel in de lift. Als ze de lift uitstapt wenst ze me een goede dag.

Smart? Gaat dat over meer dan mijn huidskleur?

Eng

Ik bén onmiskenbaar, want zeer zichtbaar, out of place in deze buurt en ik maak me er geen illusies over dat ik ooit werkelijk kan opgaan in de buurt. Maar de schrik van een peuter, twee dagen later, die terugdeinst als ze met haar moeder de lift in stapt en mij plots in het vizier krijgt, is een veel minder ongemakkelijke ervaring dan de bewondering van volwassenen. De peuter verbergt zich tijdens het hele gedwongen samenzijn in de lift angstvallig achter haar moeder; een omstander moet hartelijk lachen en vertelt dat zijn zoontje het bij zijn allereerste ontmoeting met een witte man eerst op een onbedaarlijk huilen en toen op een rennen zette. De gelijkstelling van wit, anders en dus eng, wordt niet bemiddeld door de ideologische erfenis van kolonialisme en Apartheid die wit en anders associeert met mooi. Ik begin te begrijpen waarom de postkoloniale filosoof Frantz Fanon, met de Zuid-Afrikaan Steve Biko in zijn kielzog, de kracht van imperialisme niet toeschrijft aan gewelddadige onderdrukking en landjepik zonder meer, maar aan een voorafgaande kolonisering van de geest. Zou de mevrouw in de lift mijn ongemak hebben bemerkt? Alledaags praatjes over koetjes en kalfjes verlossen me in elk geval even van mijn over-bevangenheid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s