#FeesMustFall, of: revolutionair, per ongeluk

Universiteit van Pretoria, Hatfield campus, 22 oktober 2015

Vandaag, donderdag 22 oktober, is mijn werkgever, de Universiteit van Pretoria, gesloten. Sinds de studentenprotesten tegen de voorgenomen collegegeldverhogingen vorige week in Johannesburg (University of the Witwatersrand, ofwel Wits) zijn begonnen, is de ‘onrust’⎯zoals het universiteitsbestuur in Pretoria het noemt⎯overgeslagen naar Kaapstad (UCT), Grahamstown (Rhodes University) en, uiteindelijk, Pretoria.Deze universiteiten hebben een fikse verhoging aangekondigd van de tuition fees, het collegegeld, met aanvankelijk 10 en later 6 %. De verantwoordelijkheid hiervoor is deze week als een hete aardappel heen en weer geschoven tussen universiteitsbestuurders, de (communistische!) minister van Onderwijs en de regeringspartij ANC. Veel studenten zeggen dat zij en hun ouders dit hogere inschrijvingsgeld niet kunnen opbrengen.De verontwaardiging heeft een raciale subtekst, die zo nu en dan aan de oppervlakte komt. Deze verhoging raakt zwarte studenten namelijk disproportioneel, omdat zij veel vaker dan witte studenten uit de lagere sociaal-economisch klassen komen. Daarmee staan de protesten van deze week in de lijn van iets dat al langer broeit: een breder gevoelde onvrede over de achterblijvende ‘transformatie’, of in activistischer jargon, ‘dekolonisering’ van de universiteit en andere maatschappelijke instituties in Zuid-Afrika. Door een emmer menselijke uitwerpselen uit te gieten over een standbeeld van de Britse imperialist Cecil Rhodes op de campus van UCT, gaf een student in Kaapstad begin dit jaar het startsein aan een beweging die zich keert tegen koloniale resten in het hoger onderwijs (#RhodesMustFall). Begin september verscheen op internet een filmpje, Luister, over het schokkende racisme tegen zwarte en gekleurde studenten op de universiteit van Stellenbosch dat veel discussie heeft opgeroepen. Daarna is er op verschillende plaatsen gedemonstreerd tegen het detacheren van ondersteunend personeel op de universiteiten en tegen de gelijktijdige bonuscultuur aan de top.

Verkramptheid

Ik heb me de afgelopen dagen nogal geamuseerd over de toenemende nervositeit onder de bestuurders van UP over het naderende gevaar, dat zich aankondigde door toenemend socialemediaverkeer onder de noemer #FeesMustFall (de plaatselijke variant heet #UPrising, naar het acroniem van de University of Pretoria). De revolutie? In Pretoria? Waar het drie maanden duurt voor iemand een voorzichtige reactie kalkt naast een Afrikaner nationalistische leus? Tijdens een praatje over de protesten met het hoofd van de filosofiefaculteit, raakte de man danig van slag toen een sirene op de campus afging. Het bleek loos alarm. Sinds de studentenraadsverkiezing een aantal weken geleden niet helemaal ordentelijk verliep (waarschijnlijk verstoringen door de Economic Freedom Fighters factie in de raad), is de frequentie van de berichtgeving van bestuur aan staf en studenten flink opgeschroefd. In deze berichten wordt nooit benoemd wat er precies aan de hand is, maar wel dat het zich zal verplaatsen over de campus van A via B naar C. Gelukkig hoeft geen staflid of student zich bedreigd te voelen, omdat er uiteraard extra beveiliging zal worden ingezet. Deze week zijn uit voorzorg vanaf woensdag tot maandag alle gebouwen op de campus gesloten en tentamens en colleges verplaatst. Vorige week nog hebben docenten en studenten door de protesten vastgezeten op de campus van Wits.Ik sloot me zonder al te veel nadenken aan bij een Whatsapp-groep van meedemonstrerende docenten en hoogleraren (overigens geen filosofen, maar vooral sociologen, juristen en theologen). Verwachtend dat de revolutie toch nooit zal plaatsvinden op het gezapige UP, en tegelijk toch een beetje bangelijk (in Kaapstad bestormden studenten het parlement, en schoot de politie met rubber kogels en traangas), liet ik de eerste protestdag aan me voorbij gaan. In de loop van woensdag vernam ik dat er wel degelijk iets gaande was op de campus van UP en dat het ongehoord was. De rector, Cheryl de la Rey, was aan een groep van 2000 studenten verschenen en had duidelijk gemaakt waar het College van Bestuur al die tijd mee bezig was geweest door de aanwezigen te verzekeren dat geen enkele student disciplinaire maatregelen hoefde te vrezen. Op de eisen van de studenten⎯geen verhoging van het collegegeld⎯ging ze niet in. De studenten hadden haar uitgejouwd, waarna ze geëscorteerd door beveiligingsmensen het podium ontvluchtte, om zich niet meer te laten zien. Het is een verkramptheid die me deed denken aan Louise Gunning, de bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam die een half jaar geleden het door studenten en docenten bezette Maagdenhuis door de ME liet ontruimen. Enige dagen tevoren had de rector van Wits, Adam Habib, nog wel het respect (dan wel bestuurlijke wijsheid) getoond en de moed gehad naar de protesterende studenten te luisteren. Hij bracht een middag en avond door op een kussentje op de grond in het Senaatsgebouw, omsingeld door boze studenten. Het had de schijn van een gijzeling, hoewel daarvan volgens de studenten en Habib zelf geen sprake was. Maar ook hij schoof de verantwoordelijkheid af op de politiek, zij het onomwonden dan andere bestuurders.

Solidair

De tweede dag van de protesten moest ik me dus toch maar aansluiten. Maar wat voor betekenis en legitimiteit heeft het als een buitenstaander de revolutionair gaat uithangen? Eigende ik me hier niet de zaak van anderen toe? En wat moest ik denken van de staf-Whatsapp groep die zich solidair verklaarde met de studenten? Alsof zij, overwegend zwarte studenten, zielig zijn en afhankelijk van de steun van ons, overwegend witte docenten! Uiteindelijk besluit ik dat, hoe futiel ook, het goed is als docenten, en witte mensen laten zien dat dit niet zomaar een probleem van zwarte studenten is (hoewel die het er meest direct en hardst door worden geraakt), maar dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en daarmee de toekomst van Zuid-Afrika op het spel staat. Plechtig verzeker ik mezelf dat de inzet niet minder is dan het slagen van post-Apartheid en de dekolonisatie van de academie. Daarnaast ligt het begrip ‘neoliberalisme’ me nog in de mond bestorven sinds de studentenprotesten in Nederland afgelopen winter en voorjaar.

Toyi-toyi

Uit voorzorg laat ik toch maar mijn laptop en tablet thuis, en trek makkelijke schoenen aan om me eventueel snel uit de voeten te kunnen maken. De campus heeft een metamorfose doorgemaakt, van overwegend wit naar vrijwel geheel zwart. Zo’n 1500 studenten en het groepje activistische docenten hebben zich verzameld in het Amfitheater. Een docent duwt me een protestbord in de hand (‘Students, not clients. University, not a business’⎯ anti-neoliberalisme, daar heb je ‘m!). De sfeer is uitstekend, ik zie weinig studenten met rode baretten (het uniform van het radicale EFF), er worden sinaasappels uitgedeeld en spandoeken in elkaar gedraaid: ‘Higher education is a right, not a privilege’, en, de grappigste: ‘Fees must be reduced to a figure that Zuma can read’ (verwijzend naar een recente toespraak waarin de president zijn cijfers niet op orde heeft, een internethit). Op het podium en later in de mars wordt vrolijk ge-toyi-toyi-d, de Zuid-Afrikaanse traditie van zingen van politieke liederen, dansen en scanderen van strijdkreten. Een van de studenten die onlangs mijn college over Europese en Afrikaanse filosofie heeft gevolgd, vraagt me of ik niet vrees voor repercussies. Nee, en dat maakt mijn deelname aan de demonstratie nu precies tamelijk gratuit. Als postdoc ben ik formeel geen staflid.

Tekenfilm


Het podium van het Amfitheater, gezien van bovenaan de tribune

Ik maak een wandelingetje over de tribunes als een van de studentenleiders sympathiserende docenten uitnodigt naar voren te komen. Ik weifel. Een gejuich en applaus steekt op, en ik merk ineens dat ik het object daarvan vorm. Het is volkomen onwerkelijk, alsof ik in een nogal stompzinnige tekenfilm ben beland. Er zit niets anders op dan naar het podium te lopen. Ik sta er schutterig bij, mijn protestbord als een schild voor me houdend, te midden van de dansende en scanderende studenten. Ik herken alleen het Amandla en Awethu en hoop dat mijn Whatsapp-broeders en –zuster me zo snel mogelijk zullen ontzetten. Ik denk aan mijn eerste demonstratie ooit, op negenjarige leeftijd: de tweede grote anti-kernwapendemonstratie op het Malieveld in Den Haag waarin wij in gezinsverband meeliepen. Ik was doodsbang voor De Bom en was trots op het protestbord dat mijn vader voor me had gemaakt van de beroemde prent van Opland (een figuurtje dat een neutronenbom een rotschop geeft), de achterkant van een weekkalender en een bamboe stokje. Maar ik voelde me toen al opgelaten door het groepsgedrag (toen: het zingen van ‘Imagine’ en ‘Meneer de president’, klappen en de wave doen). Juist als ik antwoord op de vraag van een studentenleider bij welke faculteit ik werk, komen de andere stafleden tot mijn opluchting op. Daarna zijn alle demonstrerende studenten mijn vriend. Ze kloppen me goedkeurend op mijn schouder, geven me handen, steken duimen op, bedanken me en spreken hun bewondering uit. De publieke omroep, SABC, wil me live spreken (wat ik laf afschuif op de hoogleraar politieke filosofie; de man in het Nederlandse voetbalshirt op de foto hieronder).

accidental-hero_571.png

Op het podium (bron: ergens op het internet)

Toegang

Later die dag zit ik in de tuin van het tijdelijk hoofd van de faculteit filosofie die de staf van de faculteit bij hem thuis in Pretoria heeft uitgenodigd voor een verjaardagslunch. Een collega prijst mij en de hoogleraar politieke filosofie om ons statement. Ik protesteer dat het nogal makkelijk is engagement uit te besteden. Iemand anders (geen staflid) vindt het probleem vooral dat iedereen maar zo nodig moet studeren tegenwoordig. Een andere collega gaat daar beslist maar beleefd tegen in, door er op te wijzen dat talent en welstand niets met elkaar te maken hebben. Een jonge zwarte docent legt op verzoek van het hoofd het verschil uit tussen kansen (opportunity) en toegang. Als schoolverlater met een mooie cijferlijst kunnen je kansen op papier uitstekend zijn, maar daarmee is toegang tot het hoger onderwijs nog niet gegarandeerd. Armoede is een van de belangrijkste factoren die een kloof slaan tussen (formele) kansen en (werkelijke) toegang. Haar analyse snijdt hout, maar haar toon is belerend. Het gesprek verwatert en we gaan aan de wijn.


Mijn niet-zelfgemaakte protestbord is in trek


  • Voor een kort filmpje met een samenvatting van de studentenprotesten in Pretoria op 22 oktober, zie hier. De docenten verschijnen op ongeveer 0:20 in beeld.
  • Met dank aan mijn zus, die het jaar van de anti-kernwapen demonstratie in Den Haag wist te reconstrueren, en aan mijn moeder die me vertelde dat daar collectief ‘Imagine’ werd gezongen.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s