Anstey’s

Mijn nieuwe woonplaats. Uitzicht vanaf het terras van Anstey’s, appartement 122, twaalfde verdieping. De onderste foto is het uitzicht vanuit het atelier op de vierde verdieping. Foto’s door mijzelf.

Op een ochtend staat, na een aankondiging kort van tevoren, een groep architectuurstudenten voor de deur van onze tijdelijke woning. Ze zijn hier voor een excursie door het Anstey’s gebouw als programmaonderdeel van een conferentie en worden rondgeleid door Tanya Zack en Brian McKechnie. Tanya is de eigenaar van appartement 122, op de twaalfde verdieping, dat M. en ik op dit moment van haar huren en van nog een aantal andere flats in hetzelfde pand. Brian bezit hier ook een aantal appartementen, waaronder de flat waar wij binnenkort naartoe verhuizen, en het studiocomplex op de derde verdieping waar M. sinds een aantal maanden een atelier huurt. Tanya, een Afrikaner, is stedenbouwkundige. Naast haar onderzoek aan de Universiteit van de Witwatersrand, adviseert ze onder meer de gemeente Johannesburg. Brian, een Engelstalige Zuid-Afrikaan, is een architect die zich als commissaris, voorzitter en directeur van een groot aantal stichtingen en commissies inzet voor stedelijke vernieuwing en bescherming van het erfgoed in Joburgs binnenstad. Hij leidt de renovatie van Anstey’s en is succesvol in het aantrekken van investeerders.

Contrast

Het Anstey’s gebouw anno 2015 (bron: Facebook pagina van het Anstey’s gebouw)

Er lijkt geen groter contrast te bestaan dan tussen Tanya en Brian. Haar bibliotheek bevat naast boeken over stedenbouw vooral Marxistische theorie en literatuur over de Holocaust. Zelfgemaakte collages van informele straatverkopers (‘All hawkers welcome’) vullen de muren van appartement 122. Hij is dit jaar door de kwaliteitskrant Mail & Guardian uitgeroepen tot een van de 200 meest invloedrijke jonge Zuid-Afrikanen (en overigens ook tot een van de meest begeerde vrijgezellen in Zuid-Afrika, door het damesblad Women’s Health) en is het jongste lid ooit van de Rand Club, een paar huizenblokken verderop. Deze deftige koloniale herenclub werd in 1887 door Cecil Rhodes opgericht voor de mijnmagnaten en bankiers die schatrijk waren geworden dankzij de vondst van goud aan de Witwatersrand in 1886 en die Johannesburg in enkele jaren tijd van een zompig tentenkamp tot een kapitalistische metropool transformeerden. Brian is intens bedroefd dat de Rand Club waarschijnlijk binnenkort gaat sluiten. De aansluiting bij het Nieuwe Zuid-Afrika is kennelijk niet gemakkelijk gevonden. Brian ziet straatverkopers als een plaag die de vestiging van grote bedrijven in het centrum belemmert. Hij heeft de plaatsing van schotelantennes verboden, Tanya daarentegen heeft op haar balkon ruimte gemaakt voor de schotelantenne van haar Senegalese buurman, zodat hij meer verbonden kan blijven met zijn geboorteland. Maar de sociaal bewogen dame en de snelle jongen vinden elkaar in een gedeelde liefde voor de levendige binnenstad, en Anstey’s in het bijzonder. Beide zitten in de Raad van Bestuur van de stichting die ijvert voor het behoud van het pand (voor een TV interview met Tanya Zack over haar visie op hawkers, straatverkopers, in Johannesburg, zie hier en voor Brian McKechnies TEDx lezing over Johannesburg City2.0 hier.)Ook heb ik mijn al te gemakkelijke vooroordelen over Brian moeten bijstellen. Zijn consequent conservatieve politieke opvattingen ten spijt is het verrassend wat hij heeft nagelaten om Anstey’s weer op de kaart van Johannesburg te zetten. Hij heeft er voor gekozen geen dure grote koopappartementen te maken. Wie snel veel geld zou willen verdienen, zou in dit monument met zijn karakteristieke Art Deco architectuur (zie de foto hierboven), fabuleuze uitzichten met de iconische skyline van Johannesburg (zie de foto’s onderaan), parketvloeren en andere prachtige originele details een uitstekende markt zien voor upmarket lofts naar het voorbeeld van Manhattan. Het leeuwendeel van de bewoners bestaat nu uit huurders die niet veel te besteden hebben. Brian heeft ook gezorgd voor een mild veiligheidsregime. Waar andere panden in de binnenstad strenge identificatietechnieken gebruiken, met gewapende bewakers en poortjessystemen, zit hier slechts een portier bij de ingang die de bewoners binnen- en onwelkome gasten buitenlaat. Bezoek hoeft geen paspoort te laten zien of een vergoeding te betalen, zoals in veel van de omringende wooncomplexen. Het volstaat je gasten aan de portier voor te stellen. Brian verzet zich fel tegen gentrificatie, naar het model van de door slimme projectontwikkelaars op de tekentafel ontworpen hipster wijk Maboneng, een paar kilometer verderop. Tanya windt zich minder op over Maboneng, zolang er per saldo in de binnenstad maar genoeg ruimte voor minder geprivilegieerde bewoners blijft.

Het Anstey’s gebouw anno 1956. Foto: Ezra Eliovson

Opkomst

Brian dist tijdens de rondleiding smakelijke anekdotes op over de tijd dat appartement 122 nog werd bewoond door de familie Anstey’s, warenhuiseigenaren in Joburgs gloriedagen van de jaren ’30 tot ’70 van de vorige eeuw. Uiteraard waren dit alleen gloriedagen voor een bepaalde klasse, de voornamelijk Britse mijnbazen en de ondernemers en bankiers die in hun kielzog op deze plaats een paradijs optrokken van prachtige Art Deco panden, die met elkaar wedijverden om de titel van hoogste gebouw van Afrika, of zelfs de wereld. Met zijn zestien verdiepingen was Anstey’s in de jaren ‘30 de hoogste wolkenkrabber in Afrika. Elegante witte mevrouwen kochten hier hun zijden handschoenen, geflankeerd door hun zwarte bedienden. De zwarte bevolking leefde intussen in grote armoede, en werd onderdrukt en uitgebuit (niet alleen door de Britten, maar ook door de Afrikaners die hevig en met succes protesteerden tegen de opheffing van de zogenaamde colour bar in de mijnindustrie door de Britten).Het warenhuis van de familie Anstey’s was gevestigd op de onderste vier ruime verdiepingen van de wolkenkrabber. Appartement 122 was de feestflat van de familie. Dat verklaart waarom de slaapkamer relatief bescheiden in omvang is. Genodigden hadden immers allemaal een privéchauffeur die hen in al dan niet beschonken toestand na afloop van de opulente partijen weer veilig thuis bracht. Toen Mandela in 1962 werd opgepakt, was hij verkleed als de chauffeur van acteur Cecil Williams die op de bovenste verdieping woonde.

Ondergang

De ondergang van het warenhuis zette in vanaf de jaren ’60. Geruchten gingen dat de familie het pand verloor door een gokschuld. Het warenhuis maakte plaats voor kleinere winkels en kantoortjes, kleermakers en sangoma’s (traditionele genezers). In de kelder waren een homobar en alternatieve clubs gevestigd. In een sfeer van toenemende angst, sociale onrust en geweld ontvluchtten de kapitaalkrachtige witte bewoners de binnenstad in de nadagen van de Apartheid in de jaren ’80, om zich te vestigen in de noordelijke veilige buitenwijken. De wolkenkrabber wisselde voortdurend van eigenaar, eenmaal zelfs inclusief alle bewoners, van projectontwikkelaars, de gemeente tot een monumentenstichting. Later waren er serieuze plannen om het hele pand te slopen. Een vastgoedonderneming wist dat te voorkomen omdat ze door de gekelderde huizenprijzen kansen zag voor een uniek experiment in zwart huiseigenaarschap. Onder de Apartheid was de zwarte bevolking verbannen naar de townships ver buiten de stad en naar zogenaamde homelands of Bantustans, zwarte reservaten in de onvruchtbaarste uithoeken van het land. Ironisch genoeg waren de nieuwe zwarte eigenaren in Anstey’s eveneens geweld ontvlucht, maar dan in de townships. De witte bevolkingsstroom verliep vanaf de jaren ’80 dus van centrum naar periferie, de zwarte in tegengestelde richting. Grote appartementen in Anstey’s werden opgedeeld in kleinere goedkopere eenheden, maar door uit de hand lopende kosten stagneerde de renovatie, waardoor het pand nu bestaat uit appartementen van verschillende omvang. Onbedoeld is de diversiteit aan huishoudens daardoor groot, vertelt Tanya. En inderdaad, ik kom op de gang gezinnen tegen, arbeiders, studenten, kunstenaars, bejaarden en kinderen. En hoewel de bewoners voor het overgrote deel zwart zijn, is er geen pand in de binnenstad waar zoveel witte mensen wonen als hier. Even toevallig is het dat de voormalige warenhuisetages door hun indeling met ruime centrale hallen een perfecte ontmoetings- en speelplek vormen. Tanya en Brian zijn dan ook terecht trots op de diversiteit van de bewoners en het gemeenschapsgevoel in Anstey’s.

Het interieur uit een van de flats in Anstey’s. De bewoner vertelt dat het hele gezin meebeslist over noodzakelijke aankopen en uitgaven zoals schoolexcursies. Op die manier blijft er geld over voor bijzondere dingen als het dolfijnbeeld op de koffietafel. Uit: Tanya Zack, Tea at Anstey’s. Foto: Mark Lewis.

Experiment

Tanya presenteert tijdens de rondleiding een boekje dat ze samen met een fotograaf over Anstey’s heeft geschreven en dat vers van de drukkerij komt. Het is een deel in een tiendelige serie met verhalen over de – al dan niet legale – bewoners van de binnenstad van Johannesburg. Tanya is op de thee gegaan bij een aantal bewoners die ze in de lift heeft ontmoet. De titel van het boekje, Tea at Anstey’s, verwijst ook naar de sjieke theesalon die in de jaren ’30 op het enorme terras op de vierde verdieping was gevestigd en waar de haves destijds graag gezien werden. Ik begin later die dag te lezen. Hoewel de fotograaf, aanvankelijk tegen Tanya’s verzoek in, terughoudend is geweest in het fotograferen van de persoonlijke leefomgeving van de bewoners, zie ik toch meer van het interieur van een aantal flats dan ik anders te weten zou komen (bij veel buren zal ik immers niet snel op bezoek gaan): veel posters met tegeltjeswijsheden, uitpuilende tv-meubels, een naaiatelier, een man in een tent van dekens en gordijnen die hij gebruikt als gebedsruimte. Ik ben diep onder de indruk. Niet alleen van de respectvolle manier waarop Tanya de Anstey’s-bewoners beschrijft, maar ook van wat een bijzonder sociaal experiment lijkt te zijn. ‘Dit gebouw is een laboratorium voor een echte gemeenschap,’ merkt een van de bewoners op. De stichting heeft op lagen waar voorheen het warenhuis was gevestigd, gezorgd voor een laagdrempelige kliniek, een crèche, een ateliercomplex en een bibliotheek waar kinderen hun huiswerk maken. In de kelder is een speelruimte, waarin het wel lijkt alsof je kunt vliegen, vertelt een van de kinderen me enthousiast (het duurt even voor ik begrijp dat er een trampoline staat). Ondanks de inzet van de stichting, is het experiment overigens maar gedeeltelijk het resultaat van planning. Toeval en nationale politieke omwentelingen spelen een grote rol.

Onvoorspelbaarheid

Ik realiseer me bovendien dat het een kwetsbaar project is. De gewelddadige nationale geschiedenis weerspiegelt zich in de extreme wisselvalligheden van het lot van Anstey’s, net als dat van de andere woonpanden in het CBD. Zoals Tanya in haar artikelen schrijft: Johannesburg heeft zich nooit lineair ontwikkeld. Daarom is ook de toekomst van de binnenstad onbepaald. Onvoorspelbaarheid is sowieso een kenmerk van de hele samenleving, waarvan nog maar weinig mensen oprecht durven beweren dat het de Apartheid achter zich heeft gelaten. Hoewel het er op dit moment alle schijn van heeft dat het CBD aan het opkrabbelen is, dat de straten levendiger worden, bewoners de misdaad spuugzat zijn en een nieuwe middenklasse voorzichtig belangstelling voor huizenkoop begint te tonen, kan deze positieve ontwikkeling evengoed omslaan. Bijvoorbeeld als het bedrijfsleven er definitief voor bedankt zich hier te vestigen, de nationale en globale economie verslechtert en in deze buurt met zijn legale en illegale immigranten xenofobie de kop op steekt; het recente verleden heeft laten zien dat dan niet alleen een deel van de burgers, maar ook de overheid zich overgeeft aan geweld tegen vreemdelingen. Of als projectontwikkelaars deze buurt met zijn rijke geschiedenis en overdaad aan vervallen monumenten overnemen en gaan ‘herontwikkelen’, de straatverkopers en arme bewoners verjagen en zo omvormen tot een nieuw reservaat dat alleen nog toegankelijk is voor een welgestelde klasse, die nog steeds disproportioneel wit is. Van dat laatste zijn in de stad verschillende voorbeelden aan te wijzen, Maboneng voorop. Deze doemscenario’s wijzen weliswaar in tegengestelde richtingen, maar in elk ervan zou onherroepelijk de verscheidenheid verloren gaan die nu voorzichtig en zonder al te veel woorden in Anstey’s bestaat.


  • Tea at Ansteys, words: Tanya Zack, photographs: Mark Lewis, Johannesburg: Fourthwall Books, 2015. ISBN 978-0-9922404-7-9. 36 pp.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s